Nieuwe tekst plaatsen Nieuw document uploaden Deeplink naar document

Nieuwste artikelen

Hieronder vindt u een overzicht van de tien laatst geplaatste documenten.

Ontslagen? Maak gebruik van je rechten en bereken je ontslagvergoeding

Op een doodnormale donderdagmiddag wil je werkgever je even spreken. Je voelt dat er iets niet goed zit. Met knikkende knieŽn ga je naar zijn kantoor. Je bange vermoeden blijkt te kloppen: je bent ontslagen en krijgt een vaststellingsovereenkomst voorgeschoteld. Zet echter nooit direct je handtekening, want je kunt nog gebruik maken van je rechten en eventueel een hogere ontslagvergoeding eisen. Hoe je dit doet lees je in deze blog.
Bekijk het document.

Geplaatst op 28-05-2018, door mr. J.J. van 't Hoff, VTH Advocatuur

Mededelingsplichten en verzaken daarvan

Mededelen wat je niet weet maar wel behoort te weten ex art. 6:228 lid b BW.
Bekijk het document.

Geplaatst op 12-04-2018, door A. de Kok, Landelijk Bureau Gerechtelijke Invordering en Beslaglegging

Bedienen telefoon tijdens het rijden is niet strafbaar

Wat is de reikwijdte van artikel 61a van het RVV 1990? De kantonrechter heeft geoordeeld dat onder het begrip vasthouden ook moet worden verstaan het met een hand bedienen van een telefoon terwijl deze geplaatst is in een telefoonhouder die bevestigd is op het dashboard. Hij heeft de sanctie in stand gelaten (vgl. ECLI:NL:RBNNE:2017:2908). De betrokkene en de officier van justitie hebben hoger beroep ingesteld. De officier van justitie verzoekt de beslissing van de kantonrechter te bevestigen met overneming van de gronden waarop deze beslissing berust. Zijn hoger beroep is niet-ontvankelijk bij gebrek aan procesbelang. In deze zaak kan niet worden vastgesteld dat de telefoon is vastgehouden tijdens het besturen van de auto. Het hof is gelet op de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 61a RVV 1990 van oordeel dat het bedienen van een mobiele telefoon terwijl deze niet wordt vastgehouden, niet onder het bereik van de strafbepaling kan worden gebracht. De sanctie is ten onrechte opgelegd.
Bekijk het document.

Geplaatst op 09-04-2018, door mr. J.J. van 't Hoff, VTH Advocatuur

Bedienen telefoon tijdens het rijden is niet strafbaar

Wat is de reikwijdte van artikel 61a van het RVV 1990? De kantonrechter heeft geoordeeld dat onder het begrip vasthouden ook moet worden verstaan het met een hand bedienen van een telefoon terwijl deze geplaatst is in een telefoonhouder die bevestigd is op het dashboard. Hij heeft de sanctie in stand gelaten (vgl. ECLI:NL:RBNNE:2017:2908). De betrokkene en de officier van justitie hebben hoger beroep ingesteld. De officier van justitie verzoekt de beslissing van de kantonrechter te bevestigen met overneming van de gronden waarop deze beslissing berust. Zijn hoger beroep is niet-ontvankelijk bij gebrek aan procesbelang. In deze zaak kan niet worden vastgesteld dat de telefoon is vastgehouden tijdens het besturen van de auto. Het hof is gelet op de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 61a RVV 1990 van oordeel dat het bedienen van een mobiele telefoon terwijl deze niet wordt vastgehouden, niet onder het bereik van de strafbepaling kan worden gebracht. De sanctie is ten onrechte opgelegd.
Bekijk het document.

Geplaatst op 09-04-2018, door mr. J.J. van 't Hoff, VTH Advocatuur

Sociaal plan na fusie of overname

Niet zelden leidt een fusie over overname tot een reorganisatie. Om de personele gevolgen hiervan te regelen, kan een sociaal plan opgesteld worden met vakbonden en/of OR.
Bekijk het document.

Geplaatst op 22-02-2018, door Mr. R. de Graauw, De Graauw Legal Services

Online vragenlijst strafbaarstelling van gedrag

Help ons met ons onderzoek!
Bekijk het document.

Geplaatst op 19-02-2018, door BSc LSC Scholtes,

Mening patient is niet beslissend indien er geen ziektebesef en -inzicht is

wanneer vast staat dat een patiŽnt geen ziektebesef en ziekte-inzicht heeft, is voor het oordeel van de rechtbank niet beslissend dat de patiŽnt zelf van mening is dat ten tijde van de beslissing van de rechtbank geen sprake (meer) is van een stoornis van de geestvermogens;
Bekijk het document.

Geplaatst op 02-01-2018, door mr. J.J. van 't Hoff, VTH Advocatuur

Optreden politie wordt niet getoetst via bopz

Wanneer de instelling beslist om de politie in te schakelen is het vervolgens aan de politie om een keuze te maken met welke middelen de bijstand wordt verleend. Daarover kan geen klacht op basis van art. 41 wet BOPZ worden ingediend.
Bekijk het document.

Geplaatst op 02-01-2018, door mr. J.J. van 't Hoff, VTH Advocatuur

Motivering meewerken bij weigering

Op 30 maart 2017 is een voorwaardelijke machtiging verleend voor [naam] tot en met 30 september 2017. Deze beschikking is door de Hoge Raad bij beschikking van 29 september 2017 vernietigd en teruggewezen naar de rechtbank wegens motiveringsgebrek. De rechtbank moest aantonen waarom redelijkerwijs is aan te nemen dat [naam] de voorwaarden zal naleven. Daarnaast is een nieuw verzoek gedaan voor een nieuwe voorwaardelijke machtiging. De voorwaardelijke machtiging is alsnog verleend en de nieuwe voorwaardelijke machtiging daaropvolgend.
Bekijk het document.

Geplaatst op 02-01-2018, door mr. J.J. van 't Hoff, VTH Advocatuur

art 35 BOPZ geen grondslag bij te late aanvraag VM door geneesheer-directeur

Met de rechtbank overweegt het hof dat het niet de verantwoordelijkheid van de officier van justitie is om op eigen initiatief vůůr het verstrijken van de termijn van de voortzetting van de inbewaringstelling een verzoek om een voorlopige machtiging bij de rechtbank in te dienen. De termijnbewaking is een verantwoordelijkheid van de geneesheer-directeur van de instelling, waar een krachtens de Wet Bopz opgenomen patiŽnt verblijft. In beginsel is het dan ook aan de geneesheer-directeur om tijdig bij de officier van justitie te verzoeken om een (aansluitende) rechterlijke machtiging. De officier van justitie heeft, nadat hij het bericht van [instelling 2] had ontvangen, vervolgens tijdig het verzoek tot het verlenen van de voorlopige machtiging bij de rechtbank ingediend. Gelet op het voorgaande is niet gebleken dat, zoals betrokkene stelt, de officier van justitie artikel 31 lid 2 Wet Bopz niet in acht heeft genomen dan wel dat de officier van justitie op enigerlei andere wijze iets te verwijten valt. Betrokkene had zelf bij de geneesheer-directeur om ontslag uit de instelling kunnen verzoeken, toen haar verblijf niet (meer) berustte op een rechterlijke beslissing. Naar het oordeel van het hof is de door betrokkene gestelde schade dan ook niet ontstaan doordat de officier van justitie een van de bepalingen in hoofdstuk II van de Wet Bopz niet in acht heeft genomen.
Bekijk het document.

Geplaatst op 02-01-2018, door mr. J.J. van 't Hoff, VTH Advocatuur

Snelle links

Deze website

  • Toevoegen aan favorieten

Advocatenstart