Nieuwe tekst plaatsen Nieuw document uploaden Deeplink naar document

Uitsluiting motorrijtuigen moet alleen worden bezien als beperking tot moment dat WAM-dekking begint

LJN: AU9103, Rechtbank Alkmaar, 19 oktober 2005
4.2 Als verst strekkend verweer zal de rechtbank als eerste het beroep van Nationale Nederlanden op de uitsluiting van art. 6.3.1 van de polisvoorwaarden behandelen. Op zichzelf is tussen partijen niet in geschil dat het golfkarretje moet worden beschouwd als een motorrijtuig. [eiser] is echter van mening dat het begrip motorrijtuig in verband met de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM) moet worden bezien. In dat kader kan Nationale Nederlanden zich volgens [eiser] niet op deze uitsluiting in de polis beroepen.
Bij de interpretatie van polisvoorwaarden dienen uitsluitingen die de materiŽle dekking beperken, beperkt te worden uitgelegd. Dat geldt temeer, nu van algemene bekendheid is dat de onderhavige standaardvoorwaarde in vrijwel iedere AVP-polis is opgenomen. Daar komt nog bij dat het hier gaat om een aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren en om een aanspraak van een derde (het slachtoffer), die niet zelf een vordering jegens de verzekeraar kan instellen.
Naar de gangbare Nederlandse verzekeringspraktijk is de strekking van bedoelde uitsluiting dat van dekking is uitgesloten de aansprakelijkheid die wordt gedekt door een verzekering op grond van de WAM. In de literatuur en aanbevelingen van de Nederlandse Vereniging van Automobielassuradeuren (NVVA) en de Nederlandse Vereniging van Algemene Aansprakelijkheidsverzekeraars (AAV) wordt wel gesproken van een (beoogde) spiegelbeelddekking. De AVP- en de WAM-verzekering sluiten zodanig op elkaar aan dat enerzijds het risico van aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt met een motorvoertuig niet zowel door de ene als door de andere verzekering wordt gedekt, maar anderzijds dat bedoeld risico altijd door de ene of de andere verzekering wordt gedekt. In de polisvoorwaarden blijkt zulks ook uit de definitie van het begrip motorrijtuig; daarvoor wordt bij art. 1 van de WAM aangesloten. Het standpunt van Nationale Nederlanden dat die verwijzing slechts is ingegeven, omdat de definitie van de WAM allesomvattend is, verwerpt de rechtbank. Als dat de achtergrond zou zijn geweest, dan had ook de letterlijke tekst van art. 1 van de WAM in de polisvoorwaarden kunnen worden overgenomen.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat met de uitsluiting, zoals vastgelegd in polisvoorwaarde 6.3.1, niet bedoeld kan zijn iedere aansprakelijkheid van dekking tegen schade, veroorzaakt met een motorrijtuig, uit te sluiten. Een redelijke uitleg van deze polisbepaling leidt ertoe, dat slechts uitsluiting van dekking bestaat voor schade, die valt onder de dekking van een verzekering ingevolge de WAM.
Partijen zijn het erover eens dat er in het onderhavige geval geen WAM-dekking is. Zoals bij de vaststaande feiten onder d. is weergegeven zou dat ook gelden, indien het ongeval in Nederland zou zijn gebeurd. Daarmee is gegeven dat voormelde uitsluiting niet van toepassing is.

Geplaatst op 14-01-2011, door mr. J.J. van 't Hoff, VTH Advocatuur

Snelle links

Deze website

  • Toevoegen aan favorieten

Advocatenstart