Nieuwe tekst plaatsen Nieuw document uploaden Deeplink naar document

Publicaties

Publicaties binnen het geselecteerde onderwerp.

Artikel 185 WVW en reflexwerkingDit document is beveiligd

Art. 185 WVW regelt de aansprakelijkheid van de gemotoriseerde verkeersdeelnemer voor een ongeval waarbij tevens een niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemer – fietser, voetganger – betrokken is. De eigenaar/houder van het motorrijtuig is in beginsel aansprakelijk voor de schade die de niet-gemotoriseerde lijdt, tenzij overmacht door de eigenaar/houder van het motorrijtuig aannemelijk wordt gemaakt. Er is slechts sprake van overmacht, indien de bestuurder van het motorrijtuig rechtens gezien geen enkel verwijt valt te maken ten aanzien van de wijze waarop hij aan het verkeer heeft deelgenomen, voor zover relevant voor het ontstaan van het ongeval. Daarbij zijn fouten van andere weggebruikers waaronder de niet-gemotoriseerde zelf alleen van belang, indien zij voor de bestuurder van het motorrijtuig zó onwaarschijnlijk waren dat deze bij het bepalen van zijn verkeersgedrag met die mogelijkheid daarbij in redelijkheid geen rekening behoefde te houden. Deze aspecten, aansprakelijkheid tenzij sprake is van overmacht en de bewijslastverdeling, zijn de belangrijkste elementen van art. 185 WVW. Het is inmiddels vaste jurisprudentie dat de schade van een kind jonger dan 14 jaar, dat betrokken is bij een ongeval met een gemotoriseerde verkeersdeelnemer, volledig vergoed dient te worden. De grens van 14 jaar is strikt. Zie Hoge Raad 24 december 1993, Anja Kellenaers, NJ 1995, 236. Dit is de zogenaamde 100 %-regel. Een beroep op overmacht is dan niet mogelijk. Wanneer de niet-gemotoriseerde 14 jaar of ouder is, is een beroep op overmacht wel mogelijk. Kan overmacht niet aannemelijk worden gemaakt door de eigenaar/houder van het motorrijtuig dan zal minimaal 50 % van de door de zwakke verkeersdeelnemer geleden schade dienen te worden vergoed. Zie Hoge Raad 28 februari 1992, IZA/Vrerink, NJ 1993, 566. Deze regel staat bekend als de 50 %-regel. De op de billijkheid gebaseerde 100 %- en 50 %-regels gaan op voor zover geen sprake is van opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid bij de niet-gemotoriseerde.
Bekijk het document.

Geplaatst op 17-03-2010, door Beheerder,

Snelle links

Deze website

  • Toevoegen aan favorieten

Advocatenstart