Nieuwe tekst plaatsen Nieuw document uploaden Deeplink naar document

Enkele overtreding is onvoldoende bij art 5 WVW; moet gaan om evident gevaarzettend handelen

Reele mogelijkheid schade voor personen of goederen
LJN: BL9694, Gerechtshof Leeuwarden, 31 maart 2010

Bij de beantwoording van de vraag of een bepaalde gedraging kan worden aangemerkt als gevaarzettend in de zin van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 heeft als uitgangspunt te gelden dat het er om gaat dat de verweten gedraging - in het licht van alle omstandigheden van het geval - in concreto gevaar oplevert voor de veiligheid op de weg en wel in die zin dat er een reŽle mogelijkheid van schade voor personen en/of goederen wordt gecreŽerd.

Verdachte heeft -terwijl hij werd achtervolgd door een surveillancevoertuig van de politie- op een zaterdagmiddag, omstreeks 16.25 uur, met hoge snelheid in zijn auto door de bebouwde kom gereden. Verdachte reed binnen de bebouwde kom tenminste twee keer zo snel als toegestaan. Hij is met onverminderde snelheid meerdere kruisingen opgereden. Verdachte reed zo hard dat de achterdeuren van zijn auto, alwaar allerlei gereedschappen in opgeslagen lagen, opensprongen toen hij over een drempel reed. Hij is daarbij tevens gedurende de afgelegde afstand van ruim dertig kilometer meermalen op de rijbaan voor het tegemoetkomende verkeer terechtgekomen.
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat door het handelen van verdachte een mogelijkheid van schade voor personen en/of goederen is ontstaan

Rechtbank Arnhem, 22 mei 2008, parketnr 05/518797-07
V
erdachte heeft bij splitsing van de weg geen voorrang verleend aan een fietser. Er is sprake van zwaar lichamelijk letsel;
Mbt artikel 5 WVW overweegt de rechtbank:
"Vooropgesteld wordt dat art. 5 WVW 1994 ziet op gevaarzettend gedrag van de bestuurder. Deze bepaling ziet in beginsel op ieder gedrag dat invloed heeft op de veiligheid en de vrijheid van verkeer op de weg. Maar de bepaling strekt er toe dat evidente vormen van gevaarzettend gedrag te verbieden. Gevaarscheppend gedrag zal in concreto een bepaalde minimale ernst dienen te hebben om onder het bereik van art 5 WVW 1994 te kunnen worden gebracht".

De rechtbank geeft voorts aan dat als uitgangspunt dient te gelden de handeling in concreto, en wel in het licht van alle omstandigheden van het geval.

De rechtbank overweegt vervolgens:
"Voorts construeert de enkele overtreding van een regel uit het RVV 1990 niet dat gevaar waarvan in art. 5 WVW 1994 sprake van is. Weliswaar heeft verdachte in de onderhavige zaak art. 18 RVV 1990 overtreden, doch niet kan worden gezegd dat dit in genoemde omstandigheden van het geval gevaarzettend of hinderlijk gedrag heeft opgeleverd. Een en ander wordt niet anders door het ingetreden gevolg van het niet verlenen van voorrang, te weten het letsel dat aan het slachtoffer is toegebracht".

 

Geplaatst op 05-04-2010, door mr. J.J. van 't Hoff, VTH Advocatuur
Laatst bewerkt op 29-01-2011, door mr. J.J. van 't Hoff, VTH Advocatuur

Snelle links

Deze website

  • Toevoegen aan favorieten

Advocatenstart