Nieuwe tekst plaatsen Nieuw document uploaden Deeplink naar document

Verzoekschrift moet door verdachte worden ondertekend

LJN: BP4831, Rechtbank Roermond, 9 februari 2011

De strafzaak tegen verzoeker is blijkens mededeling van de officier van justitie te Roermond van 24 september 2009 geseponeerd.

Bij verzoek ingekomen op 23 november 2010 heeft de raadsman van verzoeker verzocht om de strafzaak tegen verzoeker, bekend onder het bovenvermelde proces-verbaalnummer, geŽindigd te verklaren overeenkomstig het bepaalde in artikel 36 Sv.. Dit verzoek is door de raadsman van verzoeker ondertekend.
Op 20 januari 2011 heeft de rechtbank een identiek verzoek, nu ondertekend door verzoeker zelf, via de raadsman van verzoeker ontvangen.

Nu een verzoek als het onderhavige alleen door verzoeker zelf kan worden ingediend, zal de rechtbank alleen acht slaan op het door verzoeker ingediende verzoek.

De rechtbank heeft op 26 januari 2011 de officier van justitie en mr. A.B.E. van Kan, gehoord.

Verzoeker, alhoewel behoorlijk opgeroepen, is niet verschenen.


De standpunten van verzoeker en de officier van justitie.

De raadsman heeft aangegeven dat verzoeker belang heeft bij het verzoek omdat bij toewijzing van het verzoek eventuele belanghebbenden geen beklag ex artikel 12 Sv meer kunnen indienen bij het gerechtshof.

De officier van justitie heeft aangegeven dat de zaak, blijkens de aan verzoeker toegezonden sepotbrief d.d. 24 september 2010 reeds is geŽindigd. Verzoeker dient daarom niet-ontvankelijk te worden verklaard.



Beoordeling.

Met de rechtbank Amsterdam (LJN BI 2606, uitspraak 28 april 2009) is de rechtbank van oordeel dat de sepotmededeling een zaak doet eindigen in de zin van artikel 89 Sv.

Het ligt in de rede het verzoek, een zaak geŽindigd te beschouwen welke zaak reeds geŽindigd is, niet-ontvankelijk te verklaren. Dat is slechts anders indien er bij het verzoek ex artikel 36 Sv. nog enig rechtens te respecteren belang bestaat. Namens verzoeker is aangegeven dat zulk een belang in casu bestaat, in die zin dat door een beŽindiging ex artikel 36 Sv. belanghebbenden geen mogelijkheid meer hebben om een beklag te doen ex artikel 12 Sv. De rechtbank is van oordeel dat gelet op samenhang tussen artikel 36 Sv en artikel 12l, lid 1 Sv de wetgever met het bepaalde in artikel 36 ook oog heeft gehad voor de onzekerheid waarin een persoon verkeert zolang hij onwetend is of een belanghebbende beklag ex artikel 12 Sv zal doen. Nu artikel 36 Sv zich ook uitstrekt tot dit belang komt de rechtbank tot het oordeel dat een verzoek ex artikel 36 Sv mogelijk ook ontvankelijk is als een zaak reeds door mededeling van de officier van justitie geseponeerd en daardoor geŽindigd is.

De ontvankelijkheid van het verzoek kan slechts aan de orde zijn indien er belanghebbenden zijn die eventueel een beklag ex artikel 12 Sv. kunnen doen en slechts voor zover die belanghebbenden, ter zitting gehoord, aangegeven hebben het doen van beklag te overwegen.
In het onderhavige geval is er weliswaar een belanghebbende te onderkennen en wel Woningstichting Venlo-Blerick te Venlo. Belanghebbende is niet opgeroepen voor deze zitting. De rechtbank is echter van oordeel dat mevrouw [X] van voornoemde woningstichting, desgevraagd aan de politie d.d. 18 mei 2009 heeft laten weten dat de woning binnen 2 weken zou worden gesloopt. De rechtbank is van oordeel dat er nu, ruim anderhalf jaar later, geen beklagprocedure ex art. 12 Sv. zal worden ingediend. De rechtbank zal verzoeker niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek, omdat hij daarbij geen belang heeft.

Op grond van de voorgaande overwegingen beslist de rechtbank als volgt.


BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk.

Geplaatst op 16-05-2011, door mr. J.J. van 't Hoff, VTH Advocatuur
Laatst bewerkt op 07-06-2011, door mr. J.J. van 't Hoff, VTH Advocatuur

Snelle links

Deze website

  • Toevoegen aan favorieten

Advocatenstart