Nieuwe tekst plaatsen Nieuw document uploaden Deeplink naar document

Gelet op complexiteit van de zaak en onderzoek nog geen einde van de zaak

LJN: BZ4988, Rechtbank Zwolle, 20 maart 2013

Het doel van het verzoekschrift is een einde te maken aan de onduidelijkheid ten aanzien van de status van cliŽnt en de verdere vervolging. De verdenking en de strafzaak rusten zwaar op hem. Tegen zijn wil is verzoeker bekende Nederlander: het is moeilijk om het leven weer op te pakken. Hij kan geen werk krijgen. Hij kan ook moeilijk een woning vinden. In de relationele, maar ook maatschappelijke sfeer kan hij zich niet als [verdachte] presenteren, totdat zijn naam is gezuiverd. Verzoeker heeft geen leven; alles is kapot. Iedereen wil af van de onduidelijkheid in deze strafzaak. Daarom is het verzoek aan de rechtbank het verzoek toe te wijzen of aan de officier van justitie om tot dagvaarden over te gaan.

De vervolging is in april 2010 met de aanhouding begonnen, waarna verzoeker 3 maanden in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Deze is door de rechtbank opgeheven, omdat er geen ernstige bezwaren meer tegen verzoeker bestonden. De officier van justitie neemt nog steeds ernstige bezwaren aan, maar daarmee slaat het openbaar ministerie de plank mis. Na de vrijlating heeft verzoeker een jaar lang niets meer van het openbaar ministerie gehoord, naar aanleiding waarvan het verzoek tot beŽindiging van de zaak is gedaan. De beslissing daarop is vier maal door de rechtbank aangehouden, omdat er nog onderzoek zou lopen. De verdediging stelt vraagtekens bij dat marginale onderzoek: er wordt steeds een resultaat gepresenteerd waarop weer wordt voortgeborduurd zonder dat er iets concreets tegen verzoeker uitkomt. Nu, drie en een halve maand na de vorige zitting, zijn de resultaten van het onderzoek teleurstellend: het openbaar ministerie is niet voortvarend. De aanvullende vragen zijn aan de verdediging niet toegezonden, het tactisch onderzoek leverde ook geen resultaat op en op het T-shirt zit geen DNA van verzoeker.

De belangrijkste vraag is of het opsporingsonderzoek wel betrekking heeft op verzoeker. Voor tactisch onderzoek is de status van verzoeker als verdachte niet van belang. Als er onderzoek plaatsvindt moet het openbaar ministerie aangeven of dat op verzoeker betrekking heeft, anders is de beslissing op het verzoek eindeloos te traineren. Op basis van de onderzoeksresultaten tot nu toe is niet aannemelijk dat verzoeker nog zal worden vervolgd. De verdediging verzoekt toewijzing van het verzoek de zaak geŽindigd te verklaren.

motivering
Het wettelijk kader waarin het verzoek dient te worden beoordeeld is de vaststelling of vervolging in de strafzaak wordt voortgezet. De rechtbank heeft daarbij acht geslagen op het gegeven dat de verdenking ziet op een zeer ernstig misdrijf. Het strafrechtelijk onderzoek heeft, hoewel de rechtbank heeft geoordeeld dat de ernstige bezwaren en gronden voor het voortduren van de voorlopige hechtenis niet meer aanwezig waren, tot dusverre opgeleverd dat verzoeker nog niet kan worden uitgesloten als verdachte. Dat de rechtbank destijds Ė bij de toen geldende stand van zaken Ė heeft geoordeeld dat het gewicht van de ernstige bezwaren onvoldoende was om de voortzetting van de voorlopige hechtenis te kunnen rechtvaardigen, laat onverlet dat het redelijk vermoeden van schuld als bedoeld in artikel 27 Wetboek van Strafvordering nog onverkort bestaat. De rechtbank stelt vast dat het openbaar ministerie nog steeds opsporingshandelingen doet verrichten, voornamelijk op forensisch gebied, die de nodige tijd vergen en die, naarmate de tijd voortschrijdt steeds specialistischer van aard zijn. Daarbij is het voor het verloop van dat onderzoek van belang dat verzoeker de status van verdachte heeft.

Het openbaar ministerie heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er thans geen sprake is van een situatie waarin de vervolging niet wordt voortgezet, waarbij evenmin - afgezet tegen de complexiteit van de verrichte en nog te verrichten onderzoeken - een redelijke termijn is overschreden. Dat er geen concrete resultaten zijn gepresenteerd laat onverlet dat er, zo heeft de officier van justitie ter zitting aannemelijk gemaakt, achter de schermen nog veel gebeurt en ook nog staat te gebeuren. De officier van justitie heeft op de zitting concreet aangegeven welke onderzoeken lopen. Dat het opsporingsonderzoek zich thans niet enkel en specifiek op verzoeker richt, maakt niet dat verzoeker als verdachte zou moeten worden uitgesloten. Hoewel de rechtbank het belang van verzoeker om duidelijkheid te krijgen over het voortduren van zijn status van verdachte en de vervolging kan plaatsen dient het maatschappelijk belang dat gediend is bij het voortduren van het opsporingsonderzoek terwijl verzoeker de status van verdachte heeft, thans nog te prevaleren. De belangen van verzoeker en het strafvorderlijk belang afwegende, brengt de rechtbank tot de beslissing het verzoek weer aan te houden.

Geplaatst op 21-03-2013, door mr. J.J. van 't Hoff, VTH Advocatuur

Snelle links

Deze website

  • Toevoegen aan favorieten

Advocatenstart