Nieuwe tekst plaatsen Nieuw document uploaden Deeplink naar document

Proportionaliteit en subsidiairiteit bij telefoontap

Verweer traceertap gebruikt voor ander doel verworpen
LJN: BM5044, Gerechtshof Amsterdam, 1 februari 2010
De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd - kort gezegd - dat het gebruik van de in augustus 2005 aangelegde zogenaamde traceertap niet aan de aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit te ontlenen eisen voldoet. Bovendien is de rechter-commissaris niet geinformeerd over het nevendoel van deze traceertap, namelijk het onderzoeken van de verdere (mogelijk strafbare) activiteiten van de verdachte.
Voorts heeft de raadsvrouw van de verdachte ter terechtzitting aangevoerd - kort gezegd - dat op 5 september 2005 een tweede, niet in de stukken verantwoorde en daarmee onrechtmatige doorzoeking in de woning van de verdachte is uitgevoerd.

De raadsvrouw van de verdachte concludeert op basis van het bovenstaande primair tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Subsidiair concludeert zij tot bewijsuitsluiting.

Het hof verwerpt de verweren van de raadsvrouw in al hun onderdelen en overweegt daartoe als volgt.

Met betrekking tot de telefoontap, waarmee het traceren van de verdachte is beoogd geldt, dat de verdachte zeker twee, maar volgens zijn eigen verklaring zelfs vier mogelijke verblijfsadressen had. Bij de twee eerstbedoelde woningen is geobserveerd en op deze wijze is de verblijfplaats van de verdachte niet achterhaald. Het hof is van oordeel dat de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit niet meebrengen dat, alvorens over te gaan tot een rechtmatige telefoontap, nogmaals of langduriger had moeten worden geobserveerd. Voorts is het hof van oordeel dat het enkele feit dat de mobiele telefoon van de verdachte op enig moment een zendmast in de buurt van een van vorenbedoelde woningen aanstraalde, niet een zodanig uitsluitsel over de verblijfplaats van de verdachte gaf dat van een verlenging van de machtiging had moeten worden afgezien. Het verwijt dat de rechter-commissaris onvolledig was geinformeerd, namelijk niet op de hoogte is gebracht van het ‘aanstralen’ van de zendmast in de buurt van een van de genoemde woningen, treft reeds om die reden geen doel. Het hof stelt voorts vast, dat de ‘traceertap’ is gebruikt voor het doel waartoe de machtiging was verleend. Immers, toen door een afgeluisterd en opgenomen gesprek bekend werd dat de verdachte zich naar Schiphol begaf, is naar aanleiding van deze informatie onverwijld gehandeld en is de verdachte op Schiphol aangehouden. Dat de telefoontap voor de opsporingsambtenaren, naast de vaststelling van de verblijfplaats mogelijk nog een ander doel diende, betekent niet dat de rechter-commissaris -ook indien hij bekend zou zijn geweest met dit ‘nevendoel’- niet in redelijkheid tot het verlenen van de machtiging had kunnen komen.

De verdediging heeft gesteld dat de verdachte ervan overtuigd is dat er een - niet in enig proces-verbaal verantwoorde - tweede doorzoeking in zijn woning heeft plaatsgevonden en dat daarbij geld is weggenomen. Het hof is van oordeel dat de inhoud van het dossier, in het bijzonder gelet op het door verbalisant [verbalisant 1] opgemaakte ambtsedig proces-verbaal van 14 december 2005 en de BIO stukken die - door aanhechting aan de pleitnota van 29 juni 2009 - deel zijn gaan uitmaken van het dossier, geen redelijke aanknopingspunten bevat en dat voorts het onderzoek ter terechtzitting geen redelijke aanwijzingen heeft opgeleverd om aan te nemen dat er een tweede, niet in de stukken verantwoorde, doorzoeking is geweest.

Nu, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, van vormverzuimen geen sprake is geweest, is de feitelijke grondslag aan de verweren komen te ontvallen en behoeven de daaraan door de raadsvrouw verbonden rechtsgevolgen geen verdere bespreking.

Geplaatst op 23-05-2010, door mr. J.J. van 't Hoff, VTH Advocatuur

Snelle links

Deze website

  • Toevoegen aan favorieten

Advocatenstart