Nieuwe tekst plaatsen Nieuw document uploaden Deeplink naar document

Jurisprudentie ontucht - leeftijdsverschil

Verdachte bijna 19, aangeefster 15 = gering leeftijdsverschil; vrijspraak ontucht
LJN: BM3174, Rechtbank Zutphen, 4 mei 2010
Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde overweegt de rechtbank dat artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht strekt tot bescherming van de seksuele integriteit van jeugdigen tussen de twaalf en zestien jaar. Onder omstandigheden kan aan seksuele handelingen met een minderjarige tussen de twaalf en zestien jaar het ontuchtige karakter ontbreken. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn indien die handelingen vrijwillig plaatsvinden tussen personen die slechts in geringe mate in leeftijd verschillen.
In de onderhavige zaak dient naar het oordeel van de rechtbank de vraag te worden beantwoord of er omstandigheden waren, waardoor het ontuchtige karakter aan de door verdachte gepleegde handelingen is komen te vervallen. De rechtbank constateert in dit verband dat op grond van de beschikbare bewijsmiddelen, waaronder de op dit punt recht tegenover elkaar staande verklaringen van aangeefster en verdachte, niet (voldoende) duidelijk wordt of er sprake was van onvrijwilligheid van de zijde van aangeefster.
Verdachte was ten tijde van het plegen van de handelingen achttien, bijna negentien jaar oud, terwijl aangeefster vijftien, bijna zestien jaar oud was. Hoewel het leeftijdscriterium geobjectiveerd is, stelt de rechtbank vast dat het proces-verbaal geen (onderzoeks)informatie bevat betreffende de juistheid van het betoog van verdachte, dat aangeefster hem gezegd zou hebben dat zij 17 jaar was. De rechtbank is van oordeel dat in de onderhavige zaak sprake is van een rechtens relevant gering leeftijdsverschil, waardoor het ontuchtig karakter aan de tussen verdachte en aangeefster gepleegde seksuele handeling ontbreekt.

 

ZIe ook Rb Zutphen, 30 maart 2010, LJN BL9470

Oordeel over ontuchtig karakter is mn aan feitenrechter voorbehouden
I.c. TRIO MET MEISJE VAN 15, TERWIJL VERDACHTEN 17 WAREN WEL ONTUCHTIG
LJN: BK4794, Hoge Raad, 30 maart 2010
Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van omstandigheden die meebrengen dat seksuele handelingen niet als ontuchtig kunnen worden aangemerkt, komt het in belangrijke mate aan op de aan de feitenrechter voorbehouden weging en waardering van de omstandigheden van het geval. Het oordeel daaromtrent kan in cassatie slechts in beperkte mate worden getoetst. Het Hof heeft dat aan te leggen toetsingskader niet miskend. Tegen de achtergrond van het belang dat art. 245 Sr beoogt te beschermen en in het licht van hetgeen door het Hof omtrent de toedracht is vastgesteld, is diens oordeel onjuist noch onbegrijpelijk.

Beroep verontschuldigbare dwaling bij gering leeftijdsverschil minderjarigen verworpen
LJN: BK3361, Hoge Raad, 9 februari 2010
Verdachte van 14 pleegt met goedvinden handelingen van seksuele aard met meisje van 11.
Hof: Aan een geslaagd beroep op rechtsdwaling - iemand is niet strafbaar omdat hij niet wist en ook niet hoefde te weten dat zijn gedrag strafbaar was - worden in de jurisprudentie zeer hoge eisen gesteld. Naar het oordeel van het hof zou een belangrijk deel van de bescherming van de minderjarige wegvallen, indien een dergelijk beroep zonder nadere bijzondere feiten en omstandigheden zou worden gehonoreerd. Namens verdachte zijn geen bijzondere feiten en omstandigheden aangevoerd om aan te kunnen nemen dat deze er sprake was van een verontschuldigbare dwaling. Het beroep wordt dan ook verworpen
HR: De verwerping door het Hof van de in het middel bedoelde verweren geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl zij ook niet onbegrijpelijk is.

 

Seksueel contact neef (16) en nicht (14)
LJN: BL7278, Gerechtshof Arnhem, 30 december 2009
Het hof acht het verhaal van verdachte, zoals hiervoor kort omschreven, dat tussen hem en zijn nichtje, twee aangeschoten pubers, gaandeweg verdergaande en volgens beiden te ver gaande seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, aannemelijk geworden. Aan het feit dat [naam aangeefster] destijds 14 jaar was en [naam verdachte] 16 jaar, kent het hof in dit verband geen zelfstandige betekenis toe. Het leeftijdsverschil is in elk geval zeer relatief, mede gezien de levensfase waarin beiden verkeerden. Naar het oordeel van het hof waren in de geschetste omstandigheden beiden evenzeer verantwoordelijk voor wat er gebeurde en is er geen sprake van de ‘ontuchtige’ handelingen zoals de wetgever met de strafbaarstelling van de gedragingen in artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht voor ogen heeft gestaan.

 

Ontucht binnen relatie, met leeftijdsverschil
LJN: BM8936, Rechtbank 's-Gravenhage, 23 juni 2010
Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim twee maanden schuldig gemaakt aan ontuchtige handelingen met een persoon die op het moment van de handelingen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt en van wie hij toentertijd de leidinggevende was. Deze ontuchtige handelingen hebben binnen deze periode op regelmatige basis plaatsgevonden binnen de context van wat verdachte een relatie noemde. In een eerste gesprek met de politie op 3 maart 2009 heeft ook het slachtoffer verklaard dat er sprake was van een vrijwillige relatie en dat zij derhalve geen strafvervolging van verdachte wenste. Uit de een jaar later opgestelde slachtofferverklaring van het slachtoffer is naar voren gekomen dat deze relatie en de seksuele handelingen die daarbinnen hebben plaatsgevonden wel grote gevolgen voor haar hebben gehad. [..] Door zijn handelen heeft verdachte veronachtzaamd dat er sprake was van een door de wet strafbaar gestelde ongelijkwaardige relatie met een 15-jarige, waarin er per definitie sprake was van overwicht als volwassene en leidinggevende, en dat hij daardoor inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

Ontucht; leeftijdsverschil 7 jaar en verdachte was niet verliefd
LJN: BN3621, Gerechtshof 's-Gravenhage, 26 april 2010
Onder omstandigheden kan bij seksuele handelingen met een persoon tussen de twaalf en zestien jaren het ontuchtige karakter ontbreken. Dat kan het geval zijn indien die handelingen vrijwillig plaatsvinden tussen personen die slechts in geringe mate in leeftijd verschillen. Bij het oordeel over het al dan niet ontuchtige karakter van bepaalde handelingen komt het in belangrijke mate neer op de weging en waardering van de omstandigheden van het geval. In de onderhavige zaak was het slachtoffer ten tijde van het seksuele contact 7 jaar jonger dan de verdachte, hetgeen naar het oordeel van het hof, in de betreffende levensfase, niet als een gering verschil in leeftijd kan worden aangemerkt. Daarnaast is komen vast te staan dat het eerste seksuele contact reeds binnen twee weken na de eerste kennismaking plaatsvond. Het hof is voorts van oordeel dat er - gelet op de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep dat het slachtoffer hem erg leuk vond en verliefd op hem was, maar dat dat omgekeerd niet het geval was - geen sprake was van een gelijkwaardige relatie. Naar het oordeel van het hof kan op grond van bovenstaande omstandigheden het ontuchtige karakter aan de bewezenverklaarde handelingen niet worden ontzegd.

 

Seksueel contact 15 jarige met 11/12-jarige is ontucht
LJN: BP6084, Gerechtshof 's-Gravenhage, 25 februari 2011
Het verrichten van seksuele handelingen door een 15-jarige, dan wel 16-jarige persoon met een 11-jarige, dan wel 12-jarige persoon is in strijd met de sociaal-ethische norm, zoals bedoeld bij het strafbaar stellen van dergelijke gedragingen in artikel 244 en 245 van het Wetboek van Strafrecht. Met de strafbaarstelling beoogt de wetgever de bescherming van jeugdigen beneden de leeftijd van twaalf jaren en ook in de leeftijd van twaalf tot zestien jaar tegen het ondergaan van handelingen, die hun seksuele ontwikkeling kunnen schaden.
De tenlastegelegde seksuele handelingen zijn een vorm van ontuchtig handelen en daaraan doet verdachtes verstandelijk functioneren op een leeftijd die lager is dan zijn kalenderleeftijd niet af.

15 en 17 jarige, maar geen affectieve relatie; nadrukkelijke instemming ontbrak
LJN: BN4187, Gerechtshof Leeuwarden, LJN BN4187
Verdachte was ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde handelingen 17 jaar oud, aangeefster was 15 jaar oud. Zij woonden destijds beiden in strikt van elkaar gescheiden appartementen in een begeleid kamerbewoningproject voor jongeren met een problematische voorgeschiedenis en ontwikkeling. Verdachte verbleef daar sinds enkele weken. Hij kende aangeefster derhalve nog slechts kort. Er bestond enige vriendschappelijke omgang tussen beiden, maar van een affectieve relatie was geen sprake. Aangeefster had bovendien "verkering" met een derde, van welk feit verdachte op de hoogte was. Verdachte heeft zich op enig moment in de nachtelijke uren naar het appartement begeven dat bewoond werd door - onder meer - aangeefster. De voordeur werd geopend door een medebewoonster. Vervolgens hebben de seksuele handelingen plaatsgevonden, zoals die (deels) zijn omschreven in de tenlastelegging.
Het hof zal niet treden in de beleving van verdachte dat aangeefster bedoelde handelingen vrijwillig heeft ondergaan. Op grond van de verklaringen van zowel aangeefster als die van verdachte is aannemelijk geworden dat er sprake is geweest van lijdelijkheid van de zijde van aangeefster. Zij heeft de ten laste gelegde seksuele handelingen van verdachte passief ondergaan, welke houding hij kennelijk heeft geďnterpreteerd als (stilzwijgende) instemming. Naar later is gebleken ten onrechte.
De relevantie van deze omstandigheid voor de bewezenverklaring acht het hof echter van beperkte aard, mede omdat een samenstel van omstandigheden is vereist, wil het ontuchtige karakter aan de gepleegde seksuele handelingen als ontnomen beschouwd kunnen worden.
Gelet op de hierboven weergegeven context waarbinnen het ten laste gelegde is begaan, is het hof van oordeel dat niet is voldaan aan de door wetsgeschiedenis en vervolgens in de jurisprudentie (cumulatief) aangelegde maatstaven voor straffeloosheid, i.c. voor vrijspraak. Het hof heeft daarbij met name gelet op de afwezigheid van een affectieve relatie tussen verdachte en aangeefster en het ontbreken van nadrukkelijke instemming van aangeefster met de gedragingen. Het leeftijdsverschil tussen beiden van anderhalf jaar is, bezien vanuit het perspectief van een geheel leven, weliswaar gering, maar de (snelle) seksuele ontwikkeling in de puberteitsjaren in aanmerking nemende, evenmin te verwaarlozen.

Rechtbank Groningen, 7 mei 2010, LJN BM4123
15- en 16 jarige; gering leeftijdsverschil. Sprake van experimenteren op seksueel gebied en niet om ontucht

Rechtbank Haarlem, 21 mei 2010, NbSr, 2010, 230
12 jarige en 13 jarige. Verdachte zou over kleding de borsten en de vagina betast hebben.
Rb: van belang is dat de betrokkenen vriendschappelijk met elkaar omgingen. Ze speelden met elkaar. De gedragingen vonden plaats tijdens het spelen. Na het gebeuren bleven ze normaal met elkaar spelen.
Rb: er is sprake van gedrag dat speels was. soms stoer en mogelijk puberaal>

ZIe ook Rb Den Bosch, 19 maart 2009, LNJ BH7579
In billen knijpen
Rb: sprake van speels, soms stoer en puberaal gedrag>
Geen ontuchtige handeling gelet op de aard van de gedragingen, de leeftijf en de sfeer waarin de handelingen plaatsvonden


Gerechtshof 's-Gravenhage, 21 november 2007, LJN BB9138
Verdachte was 17, slachtoffer 14. Sprake van vrijwilligheid en gelijkwaardigheid. Ook het opleidingsniveau en de ontwikkeling van betrokkenen is van belang


Triotje met 13-jarige, twee jongens van 15 en 17. Wel (korte) affectieve relatie. Ontucht aangenomen
LJN: BR5370, Rechtbank 's-Hertogenbosch, 22 augustus 2011
Een trio met een 13-jarig meisje acht de rechtbank in casu zo vergaand en niet passend bij deze leeftijd, dat dit in strijd is met de sociaal-ethische norm. Artikel 245 Sr Daaraan doet niet af dat een van de verdachten een relatie had met het slachtoffer en er voor wat betreft deze verdachte een gering leeftijdsverschil met het slachtoffer was. Verdachte van 14 jaar krijgt opgelegd een leerstraf Tools4You van 35 uur subsidiair 18 dagen jeugddetentie en een voorwaardelijke jeugddetentie van 1 maand met aftrek van voorarrest. Verdachte dient zich te gedragen naar de aanwijzingen van de jeugdreclassering gedurende een proeftijd van twee jaren.

Geplaatst op 12-02-2010, door mr. J.J. van 't Hoff, VTH Advocatuur
Laatst bewerkt op 22-08-2011, door mr. J.J. van 't Hoff, VTH Advocatuur

  • Tekst bewerken
  • Tekstgeschiedenis tonen
    Datum Tijd Door
    08-05-2011 17:35:29 mr. J.J. van 't Hoff Bekijken
    08-05-2011 17:18:55 mr. J.J. van 't Hoff Bekijken
    08-05-2011 17:02:51 mr. J.J. van 't Hoff Bekijken
    08-05-2011 16:50:45 mr. J.J. van 't Hoff Bekijken
    06-03-2011 14:47:22 mr. J.J. van 't Hoff Bekijken
    11-08-2010 18:44:30 mr. J.J. van 't Hoff Bekijken
    26-06-2010 00:58:26 mr. J.J. van 't Hoff Bekijken
    08-05-2010 16:19:55 mr. J.J. van 't Hoff Bekijken
    05-04-2010 23:56:15 mr. J.J. van 't Hoff Bekijken
    05-04-2010 23:51:10 mr. J.J. van 't Hoff Bekijken
    13-03-2010 16:16:01 mr. J.J. van 't Hoff Bekijken
    04-03-2010 21:04:44 mr. J.J. van 't Hoff Bekijken
    12-02-2010 22:21:04 mr. J.J. van 't Hoff Bekijken

Snelle links

Deze website

  • Toevoegen aan favorieten

Advocatenstart