Nieuwe tekst plaatsen Nieuw document uploaden Deeplink naar document

Definitie criminele organisatie

Bij de vraag of er sprake is van een criminele organisatie zijn de volgende aspecten van belang:

  • zekere structuur en organisatiegraad, in het samenwerkingsverband heeft bijv. ieder van de verdachten zijn of haar eigen aandeel, op zijn of haar eigen niveau
  • het samenwerkingsverband moet ook een duurzaam karakter hebben
  • welke organisatie tot doel had het plegen misdrijven
  • het samenwerkingsverband hoeft niet te bestaan uit verschillende geledingen of een bepaalde hierarchie.
  • Ook is niet vereist dat alle leden hetzelfde doel nastreven

 

Criminele organisatie in de jurisprudentie LJN: BM2037, Rechtbank Breda, 16 april 2010
Voor het bestaan van een criminele organisatie in de zin van artikel 140 Wetboek van Strafrecht blijken uit de geldende jurisprudentie de navolgende criteria.
Er moet sprake zijn van deelname aan een samenwerkings¬verband van twee of meer personen met een zekere duurzaamheid en structuur en een bepaalde organisatiegraad, dat tot doel heeft het plegen van misdrijven. De eis dat zo’n organisatie gekenmerkt moet zijn door gemeenschappelijke regels en gemeenschappelijke doelstellingen waardoor een zekere druk op de individuele leden kan worden uitgeoefend, kan niet worden aangenomen.
De deelnemers aan zo’n organisatie dienen niet ieder voor zich, maar in het verband van deze organisatie te participeren en dus te behoren tot de organisatie, zonder dat vereist is dat zij met alle personen in de organisatie samenwerken. De deelnemers zullen in het kader van zo’n samenwerking niet slechts over en weer met elkaar te maken moeten hebben, maar zich primair tegenover die organisatie gebonden moeten achten.
Om iemand te kunnen aanmerken als deelnemer dient hij of zij tenminste een aandeel te hebben in dan wel ondersteuning te verlenen aan gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie. Naar het oordeel van de rechtbank kan daarbij niet elke bijdrage leiden tot het oordeel dat iemand deel uitmaakt van een criminele organisatie. De bijdrage dient een zekere duur en intensiteit te hebben. In dat verband is specifieke deelneming aan misdrijven waarop het oogmerk van de organisatie is gericht niet nodig, wel wetenschap in zijn algemeenheid. Daarbij is voorwaardelijk opzet niet voldoende. Wetenschap van één of verscheidene concrete misdrijven is niet vereist. Evenmin enige vorm van opzet op de door de organisatie beoogde concrete misdrijven. (HR 16 oktober 1990, NJ 1991, 442; HR 29 januari 1991, NJB 1991, nr 50; HR 18 november 1997, NJ 1998, 225; HR 08 oktober 2002 NJ 2003, 64; HR 22 januari 2008 LJN BB7134; HR 22 februari 2010 LJN BR 5193)

Geplaatst op 22-02-2010, door mr. J.J. van 't Hoff, VTH Advocatuur
Laatst bewerkt op 05-08-2010, door mr. J.J. van 't Hoff, VTH Advocatuur

Snelle links

Deze website

  • Toevoegen aan favorieten

Advocatenstart