Nieuwe tekst plaatsen Nieuw document uploaden Deeplink naar document

Beperking recht op vrij telefoonverkeer art 40 Wet BOPZ

 Een beperking in het recht op vrij telefoonverkeer overeenkomstig de geldende huisregels in een GGZ-instelling kan slechts worden opgelegd in de in art. 40 lid 4, onder a en b, Wet Bopz genoemde gevallen (HR 11 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7126):

a) indien naar het oordeel van de voor de behandeling verantwoordelijke persoon van de uitoefening van het recht op vrij telefoonverkeer ernstige nadelige gevolgen moeten worden gevreesd voor de gezondheidstoestand van de patiŽnt, dan wel

b) indien dit ter voorkoming van verstoring van de orde in het ziekenhuis, zoals die in de huisregels is beschreven, of ter voorkoming van strafbare feiten noodzakelijk is.


Over een beperking van dit recht kan op grond van art. 41 lid 1 Wet Bopz worden geklaagd. 


Art. 3 Besluit rechtspositieregelen Bopz bepaalt dat huisregels geen andere voorschriften bevatten dan die welke nodig zijn voor een ordelijke gang van zaken in het psychiatrisch ziekenhuis; zij beperken de vrijheid van handelen van de patiŽnt niet verder dan voor een dergelijke gang van zaken nodig is. De huisregels hebben dus geen therapeutisch doel; zij dienen uitsluitend de ordelijke gang van zaken binnen het ziekenhuis.


Een beperking van het recht op vrij telefoonverkeer kan voorts op grond van het behandelplan worden opgelegd (art. 2 Besluit rechtspositieregelen Bopz)  Een behandelingsplan is individueel gericht. Het bevat de therapeutische middelen die zullen worden toegepast teneinde een zodanige verbetering van de stoornis van de geestvermogens te bereiken dat het gevaar op grond waarvan de betrokken patiŽnt in het ziekenhuis moet verblijven, wordt weggenomen. In een behandelingsplan kunnen op therapeutische gronden leefregels en andere beperkingen worden opgenomen. Ook een beperking van het recht tot telefoneren overeenkomstig de huisregels kan in het behandelingsplan worden opgenomen. 

Indien de beperking het vrij telefoonverkeer berusten op een (onderdeel van een) behandelingsplan, baseert verzoeker zijn klacht op grond van art. 38c in verbinding met art. 41 lid 1 Wet Bopz. Bij de beoordeling van deze klacht gaat het om de vraag of de beperking van het recht op vrij telefoonverkeer overeenkomstig de huisregels voldoet aan de maatstaf van art. 40 lid 4 Wet Bopz

Geplaatst op 05-10-2015, door mr. J.J. van 't Hoff, VTH Advocatuur

Snelle links

Deze website

  • Toevoegen aan favorieten

Advocatenstart