Nieuwe tekst plaatsen Nieuw document uploaden Deeplink naar document

Nawerking CAO-bepalingen

Bepalingen met een normatieve werking zijn de bepalingen die rechtstreeks doorwerken in de individuele arbeidsovereenkomst. In deze notitie komen dus niet de obligatoire en diagonale bepalingen aan de orde.

  1. Gebondenheid werkgever op basis van wet CAO

Artikel 9 van de Wet CAO regelt dat de leden van de CAO-sluitende partijen gebonden worden aan de CAO. Als men tijdens de looptijd van de CAO het lidmaatschap opzegt, blijft men gebonden.

Een van de gevolgen van de gebondenheid heeft betrekking op de normatieve werking (doorwerking) van CAO bepalingen in de individuele arbeidsovereenkomsten:

Gebonden werkgevers zijn verplicht de bepalingen van de CAO toe te passen op de gebonden werknemers.

 1.2 Gebondenheid lid werkgeversorganisatie t.o.v. niet gebonden werknemers Art. 14 van de Wet CAO bepaalt dat de gebonden werkgever verplicht is de normatieve bepalingen van de CAO ook na te komen ten aanzien van de niet of anders georganiseerde werknemers (tenzij de CAO anders bepaalt). Deze bepaling houdt niet meer in dan dat de werkgever verplicht is tegenover CAO partijen om aan een niet gebonden werknemer een aanbod te doen in overeenstemming met de CAO. De niet gebonden werknemer kan dat aanbod aanvaarden, waardoor een wijziging in de arbeidsovereenkomst tot stand komt. Maar: een ongebonden werknemer kan een dergelijk aanbod ook weigeren, waardoor de individuele arbeidsovereenkomst, ondanks de CAO, ongewijzigd blijft. Dus: de arbeidsovereenkomst van niet gebonden werknemers kan slechts met hun instemming in overeenstemming worden gebracht met de CAO.

Het bestaan van een CAO laat ook onverlet de mogelijkheid dat de werkgever afspraken maakt met de ongebonden werknemer die in strijd zijn met de CAO. Bij een dergelijk afspraak kunnen alleen de CAO partijen (bonden, niet individuele leden) ageren tegen de afspraak. Alleen CAO partijen kunnen de werkgever dwingen om aan de niet gebonden werknemer een aanbod in overeenstemming met de CAO te doen. Een niet gebonden werknemer kan dat niet. Door lid te worden van de bond die CAO partij is, kan hij ook bewerkstelligen dat de werkgever de CAO bepalingen op hem moet toepassen.

 1.3 Praktijk

Omdat werkgevers veelal niet weten welke werknemers lid zijn en welke niet, zullen werkgevers die lid zijn van een CAO-partij de CAO regels meestal toepassen op alle werknemers. Als ongeorganiseerde werknemers geen bezwaar maken tegen de toepassing van de CAO, mag men aannemen dat de CAO bepalingen stilzwijgend door beide partijen overeen zijn gekomen en een onderdeel zijn uit gaan maken van de individuele arbeidsovereenkomst.

 1.4 Gevolgen van beëindiging looptijd CAO

De rechtspraak heeft beslist dat de tussen de georganiseerde werkgevers en georganiseerde werknemers bestaande, door de wet CAO genormeerde arbeidsvoorwaardelijke bepalingen op dezelfde voet blijven voortbestaan totdat zij door een nadere individuele afspraak (of een nieuwe CAO) worden gewijzigd.

De nawerking brengt mee dat de ongeorganiseerde werknemers niet beter af zijn, nu hun arbeidsvoorwaarden niet op de CAO, maar op individuele afspraken berusten en het vervallen van de CAO daarop geen invloed heeft . Door de nawerking verkeren georganiseerde én ongeorganiseerde werknemers in een gelijke positie.

 

1.5 Werknemers die in dienst treden na afloop van de CAO

Na afloop van de CAO herleeft de contractsvrijheid en eindigt de gebondenheid van de CAO- partijen en hun leden. De werkgevers zijn niet meer op basis van artikel 14 Wet CAO verplicht de regels van de CAO aan te bieden aan nieuwe werknemers, of zij zijn georganiseerd of niet.

 NB: Gelijke beloning en goed werkgeverschap

In principe kunnen werkgevers dus na afloop van de CAO looptijd aan nieuwe werknemers afwijkende arbeidsvoorwaarden aanbieden. Er is niet veel jurisprudentie van werknemers die hun werkgever aanspreken op ongelijke beloning.

In het zogenaamde Agfa arrest wordt echter gelijke beloning voor gelijke arbeid als algemene regel door de Hoge Raad aanvaard. Afhankelijk van de individuele situatie kan je overwegen tot een (proef)procedure als je te maken krijgt met werkgevers die sterk afwijkende arbeidsvoorwaarden afspreken met nieuwe werknemers onder verwijzing naar het Agfa arrest en/of goed werkgeverschap. Bespreek dit soort gevallen met de beleidsmedewerkers IBB.

 2. Algemeen Verbindendverklaren (AVV)

Door algemeen verbindendverklaring van CAO bepalingen gelden de normatieve CAO-clausules na de verbindendverklaring voor alle betrokken werkgevers én werknemers in de desbetreffende bedrijfstak: alle individuele arbeidsovereenkomsten worden, door de algemeen verbindendverklaring gedurende de avv periode door de CAO bepalingen beheerst.

Gedurende de AVV periode moet elke werkgever dus de CAO bepalingen op alle werknemers toepassen.

 De gevolgen van AVV zijn nagenoeg gelijk aan de gevolgen die een CAO voor een individuele arbeidsovereenkomst van een gebonden werkgever en werknemer heeft: Door artikel 3 lid 1 en 3 Wet AVV worden alle bepalingen van de arbeidsovereenkomsten in overeenstemming gebracht met de algemeen verbindend verklaarde bepalingen.

De nietigheid van afwijkende bepalingen kan worden ingeroepen door de werkgevers/werknemersverenigingen die partij zijn bij de arbeidsovereenkomst waarop de AVV van toepassing is. De verenigingen kunnen vanwege de niet naleving een vordering indienen voor de eigen schade en voor de schade die geleden wordt door hun leden.

 2.1 Gevolgen afloop AVV

De gevolgen van het aflopen van de AVV periode zijn niet geregeld in de Wet AVV, maar door de jurisprudentie.

De Hoge Raad heeft in 1980 bepaald dat werkgevers, die slechts door de Wet AVV waren gebonden aan de CAO (dus de niet-leden van de CAO-werkgeversverenigingen), na afloop van de AVV niet meer gehouden waren de CAO bepalingen toe te passen.

Tot vandaag de dag kan uit de rechtspraak niet worden afgeleid dat de Hoge Raad een ander uitgangspunt is gaan hanteren, hoewel de Hoge Raad in individuele gevallen wel van haar hoofdregel is afgeweken:

 2.2 Afwijkingen niet nawerkingsleer Hoge Raad

- de nawerking van verkregen rechten: het recht op loondoorbetaling bij ziekte vervalt niet door afloop van de AVV periode als de ziekte is ontstaan tijdens AVV periode.  (let op: de vraag of dat recht ook blijft bestaan als de ziekte is ontstaan in de AVV -loze periode wordt niet beantwoord).

- een bepaling uit een AVV-verklaarde CAO kan ook van invloed zijn bij de uileg van de arbeidsovereenkomst op grond van de redelijkheid en billijkheid:

Als in een sector de periodes tussen AVV periodes "kort” duren, heeft de Hoge Raad de toepassing van de CAO bepalingen in de AVV loze periodes aanvaard. De Hoge Raad geeft niet aan hoe lang die AVV pauzes mogen duren. De Bouw-CAO komt, gezien de nu lange AVV loze periode niet meer in aanmerking om met een beroep op dit arrest naleving van de CAO te eisen.

Elders overwoog de Hoge Raad: "In een geval waarin in de individuele arbeidsovereenkomst niets omtrent een vergoeding voor overwerk regelde, maar er wel recht bestond op zo’n vergoeding voor overwerk krachtens de looptijd van een toepasselijke AVV-CAO, moet de vraag of uit de arbeidsovereenkomst voortvloeide dat ook in de periode waarin de CAO niet van toepassing was recht op vergoeding van overwerk bestond, worden beantwoord aan de hand van wat partijen over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en wat in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten afleiden, mede in het licht van wat zij over en weer van elkaar aan inzicht mochten verwachten.”  Daarbij keek de HR ook naar wat is bepaald in de periodes dat de CAO wel gold.

2.3 Literatuur: de discussie

Bij tijd en wijle wordt er stevig gediscussieerd door rechtsgeleerden over de nawerking van ge-avvde CAO’s.

De Hoge Raad is in een aantal situaties en om geheel verschillende argumenten afgeweken van haar lijn, maar tot de dag van vandaag is de Hoge Raad niet "om” hoewel er rechtsgeleerden zijn die dat wel beweren: de Hoge Raad heeft een aantal openingen geboden, maar de lijn is nog steeds: geen nawerking.

Hoge Raad 10 januari 2003: Met het stelsel van AVV verdraagt zich niet dat via "extensieve interpretatie” de geldingsduur van de verbindendverklaarde CAO-bepalingen zou worden verlengd tot na de periode van de avv.

"Het is met dit stelsel niet te verenigen om door extensieve interpretatie van de wet de geldingsduur van de betreffende CAO bepalingen voorbij die (AVV) periode te verlengen op de enkele grond dat deze tijdens de periode van de verbindendheid deel uitmaakten van de arbeidsovereenkomsten waarvoor de verbindendverklaring gold.”

 2.4 Instructie

De uitzonderingen in de rechtspraak van de Hoge Raad brengen veel vragen met zich mee. Ga uit van de standaardregel: er is geen nawerking, maar leg je vragen over grenssituaties voor aan een van de beleidsmedewerkers zodat we kunnen bepalen in welke gevallen we overgaan tot het instellen van een (proef)procedure: de Hoge Raad heeft immers een aantal openingen geboden en die ruimte zou wat ons betreft nog wat verder opgerekt mogen worden.

Geplaatst op 24-08-2012, door mr. J.J. van 't Hoff, VTH Advocatuur

Snelle links

Deze website

  • Toevoegen aan favorieten

Advocatenstart