Of een rechtzoekende voor gesubsidieerde rechtsbijstand in aanmerking komt, is afhankelijk van de aard van de zaak, het belang van de zaak en uw inkomen en vermogen.
Belang van de zaak
Ten aanzien van betalingen of ontvangsten uit duurovereenkomsten vindt een waardeberekening plaats van het op geld waardeerbare belang. Het belang wordt in die gevallen berekend over een periode van twee jaren, ongeacht de rechtsverhouding die in het geding is. Zo vertegenwoordigt een maandelijkse loonvordering van € 11,34 netto per maand, binnen een bestaande arbeidsverhouding, een waarde van € 272,16.
Uitzondering
Als uitzondering op het minimaal financieel belang kan de Raad voor Rechtsbijstand bij ander zwaarwegend immaterieel belang toch een toevoeging verlenen. De Raad zal bij de beoordeling van de zaak het belang objectiveren. Als beleidsregel wordt onder meer gehanteerd dat in een enkel geval toevoeging kan worden verleend indien de uitkomst van de zaak van maatschappelijke betekenis is voor grote groepen rechtzoekenden.
Aard van de zaak
In de meeste zaken wordt gesubsidieerde rechtsbijstand wel verleend. Voor een compleet overzicht van de rechtsterreinen wordt verwezen naar het document "rechtsterreinen" in het kennisportaal.
Het is van belang dat in de toelichting voor de aanvraag altijd uitgebreid wordt toegelicht waar het geschil om gaat en welke gronden en verweren aangevoerd kunnen worden. De Raad voor Rechtsbijstand kan namelijk een toevoeging weigeren wanneer het gaat om een geschil waarvan de behartiging aan een rechtzoekende zelf kan worden overgelaten. Ook kan de Raad voor Rechtsbijstand weigeren wanneer het gaat om een rechtsbelang met een bedrijfsmatig karakter.
Noodzaak rechtsbijstand
Gesubsidieerde rechtsbijstand wordt in hoofdzaak niet verleend indien het een belang betreft waarvan de behartiging redelijkerwijze aan de rechtzoekende zelf kan worden overgelaten, zo nodig met bijstand van een andere persoon van wie of instelling waarvan de werkzaamheden niet vallen binnen de werkingssfeer van de Wet op de Rechtsbijstand. Hulpverlening kan in die gevallen worden verleend door bijvoorbeeld maatschappelijk werk, Slachtofferhulp, of een bureau sociaal raadslieden. De achterliggende gedachte hiervan is dat binnen redelijke grenzen van de rechtzoekende verwacht mag worden dat deze zelf het nodige onderneemt om het geschil of het probleem tot een goed einde te brengen.
Geen rechtsbijstand:
Het Besluit Rechtsbijstand- en toevoegcriteria wijst een aantal zaken aan waarvoor, gezien de betrekkelijke eenvoud van die zaken, geen gesubsidieerde rechtsbijstand wordt verleend:
Andere zaken die zijn uitgesloten van gesubsidieerde rechtsbijstand zijn:
Uitzondering – feitelijke of juridische complexiteit
In sommige gevallen kan een uitzondering worden gemaakt vanwege de bijzondere feitelijke of juridische complexiteit van de zaak. Feitelijke ingewikkeldheid is aan de orde wanneer er sprake is van een veelheid van juridisch relevante feiten. Juridische ingewikkeldheid doet zich voor wanneer sprake is van rechtsvragen die uitzonderlijk van aard zijn en die slechts incidenteel voorkomen.
Rechtsbelang met bedrijfsmatig karakter
Daarnaast wordt gesubsidieerde rechtsbijstand niet verleend bij rechtsbelangen met een bedrijfsmatig karakter. Het mag niet gaan om een rechtsbelang dat de uitoefening van een bedrijf of beroep betreft. Bepalend hierbij is de oorsprong van het rechtsbelang. Indien het belang voortvloeit uit de uitoefening van een voormalig beroep of bedrijf is evenzeer sprake van bedrijfsmatig karakter. Er wordt een uitzondering op deze hoofdregel gemaakt indien de voortzetting van het beroep of bedrijf afhankelijk is van de uitkomsten van de gevraagde rechtsbijstand. De zelfstandige die rechtsbijstand aanvraagt in verband met belangen in de privé-sfeer kan wel in aanmerking komen voor gesubsidieerde rechtsbijstand.
Inkomen en vermogen
Naast de aard en het belang van de zaak, kijkt de Raad voor Rechtsbijstand met name ook naar het inkomen en
vermogen van de rechtzoekende.
Vermogen
Gesubsidieerde rechtsbijstand wordt niet verleend indien de rechtzoekende beschikt over een vermogen dat meer dan het heffingvrije vermogen bedraagt. Bepalend is hier of het in het peiljaar (= het jaar van de toevoegingsaanvraag –2) opgegeven vermogen in box 3 meer bedraagt dan € 20.661,00
Indien de belastingplichtige of de partner het gezag over een kind uitoefent, wordt het heffingvrije vermogen verhoogd met € 2.762,00.
Bij rechtzoekenden van 65 jaar en ouder geldt een heffingsvrij vermogen van maximaal € 27.350,00
In tabel:
| Vrijgesteld per persoon | Vrijstelling 65+ | Toeslag per minderjarig kind | |
| Peiljaar (Jaar van aanvraag - 2) |
€ 20.661,00 | € 27.350,00 | € 2.762,00 |
Doordat aansluiting wordt gezocht bij het fiscale vermogensbegrip wordt de eigen woning niet meegenomen bij de berekening van de gemiddelde rendementsgrondslag (het fiscale vermogensbegrip). Hetzelfde geldt voor het ondernemingsvermogen van zelfstandigen en vrije beroepsoefenaren. En ook de kapitaalverzekering eigen woning kan in sommige gevallen buiten beschouwing worden gelaten.
Inkomen
Misschien nog wel de belangrijkste voorwaarde voor de afgifte van een toevoeging zijn de in de wet genoemde inkomensgrenzen. Gesubsidieerde rechtsbijstand wordt alleen verleend indien het inkomen in het peiljaar (= het jaar van de toevoegingsaanvraag –2) niet meer dan € 24.600,00 voor alleenstaanden en € 34.700 voor éénoudergezinnen (kind woont bij rechtzoekende in huis) en gehuwden/samenwonenden.
Onder inkomen wordt verstaan het fiscale inkomen zoals het verzamelinkomen of het belastbaar loon.
Partnerinkomen
Bij het vaststellen van het inkomen van de rechtzoekende worden, behoudens in het geval van onderlinge tegenstrijdige belangen, mede in aanmerking genomen het inkomen en vermogen van
Ook voor de berekening van het partnerinkomen is het peiljaar bepalend.
Bij echtscheidingen of verbreking van de samenwoning wordt het inkomen evenwel geďndividualiseerd. In dat geval kan het inkomen van de ex-partner buiten beschouwing blijven.
Bij samenwoning met een nieuwe partner wordt gekeken naar het inkomen van die partner.
Inkomensnormen en eigen bijdrage reguliere toevoeging per 1 juli 2012 (peiljaar 2010):
| Gehuwd/Samenwonend/Eenoudergezin | Alleenstaand | |
| Fiscaal Jaarinkomen | Eigen Bijdrage | Fiscaal Jaarinkomen |
| t/m € 24.500 | € 127,00 | t/m € 17.500 |
| € 24.501 - € 25.400 | € 186,00 | € 17.501 - € 18.200 |
| € 25.401 - € 26.700 | € 301,00 | € 18.201- € 19.200 |
| € 26.701 - € 29.700 | € 510,00 | € 19.201 - € 21.000 |
| € 29.701 - € 35.200 | € 786,00 | € 21.001 - € 24.900 |
Met behulp van de rekenmodule van de Raad voor Rechtsbijstand kunt u ook zelf eenvoudig berekenen of u in aanmerking komt voor gesubsidieerde rechtsbijstand.
Korting
Op de eigen bijdrage krijgt de rechtzoekende € 51,00 korting wanneer hij eerst zijn rechtsprobleem laat analyseren door het Juridisch loket. Het juridisch loket maakt dan een analysedocument op, waarmee u vervolgens korting krijgt bij de aanvraag van de toevoeging. Het analysedocument moet u aan uw advocaat afgeven die het meestuurt met de aanvraag voor de toevoeging. Dit geldt alleen voor civiele zaken.
De korting van € 51,- geldt standaard bij:
In al deze gevallen hoeft de rechtzoekende niet eerst naar het Juridisch Loket.
Inkomensnormen en eigen bijdrage voor een licht advies per 1 januari 2012 (peiljaar 2010):
In eenvoudige zaken waarvoor een advocaat hoogstens drie uren nodig heeft om de zaak af te ronden kan worden volstaan met een Lichte adviestoevoeging. Dit is ter beoordeling van de advocaat die de rechtsbijstand verleent. Een lichte adviestoevoeging wordt veelal alleen afgegeven in zaken waar een intake-gesprek en een kort juridisch advies van een advocaat volstaat.
Voor het verkrijgen van een lichte Adviestoevoeging, gelden andere inkomens- en vermogensnormen en een afwijkende eigen bijdrage:
| Gehuwd / Samenwonend / Eenoudergezin | Eigen Bijdrage | Alleenstaand |
| Fiscaal jaarinkomen in peiljaar | Fiscaal jaarinkomen in peiljaar | |
| € 25.400,- en lager | € 41,00 | € 18.200,- en lager |
| Tussen € 25.401,- en ten hoogste € 35.200,- | € 76,00 | Tussen € 18.200,- en ten hoogste € 24.900,- |
Zie ook:
Geplaatst op 20-12-2009, door Beheerder,
Laatst bewerkt op 05-02-2012, door mr. J.J. van 't Hoff, De Lange c.s. Advocaten