In de meeste sport- en spelsituaties bestaat een kans op ongevallen. Dat wordt veroorzaakt doordat een zekere mate van onoplettendheid of zelfs van onvoorzichtig gedrag bij de deelnemers aan de sport of hals tijdens de sport of het spel een ongeval ontstaatet spel gebruikelijk is. Daarom wordt niet snel aansprakelijkheid aangenomen ingeval van een ongeval. De achtergrond is dat deelnemers zelf vaak wel weten dat er risico's aan hun activiteiten zijn verbonden, welke risico's men tot op zekere hoogte heeft aanvaard. Daarnaast is sprake van een maatschappelijke waardering van de aan de sport verbonden risico's. Last but not least is het vaak onmogelijk om vergaande voorzorgsmaatregelen te treffen, althans dergelijke maatregelen maken de sportactiviteiten vaak goeddeels onmogelijk.
Dogmatisch is de achtergrond van deze opvatting dat men in de situatie van de sportbeoefening of het spel nu eenmaal gevaarlijk gedrag van andere deelnemers kan verwachten. Niet elk risico hoeft te worden vermeden tijdens de sportbeoefening. En dus worden in zo'n situatie lichtere veiligheidsnormen gehanteerd dan buiten de sport- of spelsituatie.
Deze leer is voor het eerst aangehangen in HR 19 oktober 1990 (NJ 1992/621; tennis) en HR 28 juni 1991 (NJ 1992/622; natrappen tijdens voetbal). Ook HR 28 maart 2003 (NJ 2003/719; schaatsongeval).
Geplaatst op 29-11-2011, door mr. J. Schep, A1 Advocatuur
© Copyright Juridisch Kennisportaal 2009 - 2010.
Alle rechten voorbehouden.
Juridisch Kennisportaal besteedt de grootst mogelijke zorg aan de betrouwbaarheid en actualiteit van de gegevens op deze website. Onjuistheden en onvolledigheden kunnen echter voorkomen. Juridisch Kennisportaal is niet aansprakelijk voor schade als gevolg van onjuistheden of onvolledigheden in de aangeboden informatie.
Lees verder