Nieuwe tekst plaatsen Nieuw document uploaden Deeplink naar document

Onrechtmatige daad

Men spreekt in het Nederlandse recht van een onrechtmatige daad, als iemand een fout maakt, waardoor een ander schade wordt toegebracht. Het kan daarbij gaan om handelen maar ook nalaten kan als een fout worden aangemerkt. Uit die onrechtmatige daad vloeit dan de verplichting voort om de schade te vergoeden. Een verbintenis, tot schadevergoeding wordt het ook wel genoemd.

De onrechtmatige daad is in het Nederlandse wetboek geregeld in artikel 6: 162 BW. Op deze bepalingen zijn weer aantal andere bepalingen gebaseerd zoals bijvoorbeeld de zogeheten risicoaansprakelijkheid voor schade, die een dier aan een ander toebrengt.

Om een handeling of nalaten als een onrechtmatige daad aan te merken moet aan een aantal vereisten worden voldaan.

Ten eerste moet sprake zijn van een gedraging, een handelen of nalaten. Dat spreekt voor zich.

Op de tweede plaats moet die gedraging aan de dader kunnen worden toegerekend. Hem of haar moet daarvan een verwijt kunnen worden gemaakt, er moet sprake zijn van schuld. Als de dader zich op overmacht kan beroepen of als bijvoorbeeld sprake is van noodweer of de uitvoering van een wettelijk voorschrift, is van die toerekening geen sprake. Ook kan de gedraging aan de dader worden toegerekend als de gevolgen ervan op grond van de in het maatschappelijk verkeer geldende opvattingen voor rekening van de dader komt.

Een derde vereiste om van een onrechtmatige daad te kunnen spreken is dat door het handelen schade is ontstaan. Zonder schade is er geen onrechtmatige daad. En die schade kan dan weer bestaan uit vermogensschade, zoals het gemis van inkomsten of de kosten van de reparatie van bijvoorbeeld een auto. Maar ook kan de schade bestaan uit immateriële schade, ook wel smartengeld genoemd.

Op de vierde plaats moet er een oorzakelijk verband zijn tussen de gedragingen, de fout enerzijds en de schade anderzijds. Ook wel causaal verband genoemd. Daar valt veel over te zeggen. Het meest eenvoudig is het zo voor te stellen, dat het causaal verband er niet is, als de schade ook zonder dat handelen zou zijn ontstaan. Maar ook kan het causaal verband ontbreken, als de schade redelijkerwijs niet meer als het gevolg van het handelen kan worden beschouwd.

Het vijfde vereiste is wel het meest lastig uit te leggen. Dat heet het relativiteitsvereiste. Het betekent zoveel als dat alleen aansprakelijkheid bestaat voor die schade, waarvoor de norm, die de dader heeft overtreden, bedoeld was. Een recent voorbeeld is het geval van Duwbak Linda. Een baggerschip zinkt doordat een ander schip, een duwbak, kapseist doordat deze in een slechte staat verkeert. De eigenaar van een baggerschip spreekt de overheid voor de schade van het zinken van het baggerschip aan, omdat die de duwbak niet had mogen goedkeuren. Dat gaat niet op, aldus de Hoge Raad. Het overtreden van het reglement voor de keuring van schepen heeft uitsluitend tot doel om het scheepvaartverkeer in algemene zin te bevorderen. En daaronder valt niet het individuele belang van zo iemand als eigenaar van het baggerschip.

Ook bij een onrechtmatige daad kan sprake zijn van eigen schuld aan de kant van de benadeelde. Dat valt buiten het bestek van de uitleg van de onrechtmatige daad.

 

Geplaatst op 13-12-2011, door mr. J. Schep, A1 Advocatuur

Snelle links

Deze website

  • Toevoegen aan favorieten

Advocatenstart