Arts laat na CT-scan te maken; specifieke anatomische variatie
LJN: AZ9274, Rechtbank Arnhem, 17 januari 2007
Vrouw overlijdt tijdens operatie aan slagaderlijke bloeding. Volgens gedaagde heeft het ziekenhuis onzorgvuldig heeft gehandeld door na te laten een CT-scan te maken voorafgaand aan de tweede operatie en dat de opgetreden complicatie en het overlijden van zijn echtgenote het gevolg is van die onzorgvuldigheid. Volgens deskundigen had ook met een CT-scan de complicatie kunnen optreden. Toch neemt de rechtbank aansprakelijkheid aan.
Rb: 4.5. [betrokkene 1] heeft over het verband tussen de opgetreden complicatie en het nalaten van het maken van de CT-scan gerapporteerd dat er geen direct verband mag worden gelegd omdat ook met een CT-scan deze complicatie had kunnen optreden. Uit het rapport van [betrokkene 1] en de aanvulling daarop volgt echter dat uit de CT-scan de specifieke anatomische variatie in dit geval – het kleine wiggenbeen en de vlak daarachter gelegen slagader – zou zijn gebleken en juist die specifieke anatomische variatie heeft volgens [betrokkene 1] zonder twijfel bijgedragen aan de opgetreden complicatie. Naar het oordeel van de rechtbank moet redelijkerwijs worden aangenomen dat indien de operateur tevoren bekend was geweest met de specifieke anatomische variatie, hij zich bewust was geweest van de mogelijkheid dat hij op een dwaalspoor geraakte, daardoor hij in het wiggenbeen in plaats van in het achterste zeefbeen zou terechtkomen en waardoor het (grotere) risico op het raken van de slagader bestond. Met de wetenschap die uit een CT-scan zou zijn gebleken zou een operateur kortom omzichtiger in het operatiegebied te werk zijn gegaan, zou hij zich (meer) hebben afgevraagd of hij in het juiste gebied bezig was en zou hij bij twijfel daarover mogelijk anders te werk zijn gegaan – bijvoorbeeld door het exploreren van de achterste ethmoid achterwege te laten, zoals [betrokkene 1] rapporteert – gelet op het (fatale) risico dat de slagader zou worden geraakt. Deze constateringen rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank voorshands als vaststaand aan te nemen dat de opgetreden complicatie in condicio sine qua non-verband staat met het onzorgvuldig handelen, behoudens eventueel door het ziekenhuis te leveren tegenbewijs.
Geplaatst op 13-04-2010, door mr. J.J. van 't Hoff, De Lange c.s. Advocaten