LJN: BK5574, Rechtbank Arnhem, 11 november 2009
De diefstal van de elektriciteit kan niet worden gekwalificeerd als reguliere levering die leidt tot overdracht of overgang van dat goed (vgl. onder meer Hof Leeuwarden 4 april 2007, NJF 2007, 258 en Rechtbank Arnhem 29 april 2009, NJF 2009, 449). Zo bezien vormt de ongewilde levering van de elektriciteit geen belastbaar feit in de zin van de artikelen 3 en 4 van de Wet op de omzetbelasting 1968, zodat langs die weg daarover geen omzetbelasting hoeft te worden geheven en dus ook niet kan worden gevorderd van de afnemer. Met betrekking tot de omzetbelasting over het transportdeel ligt dat anders. Liander heeft zich contractueel verbonden tot het transporteren van de door Martina af te nemen elektriciteit - zonder dat vooraf bekend is hoeveel dat zal zijn - en Martina heeft zich verbonden voor deze dienst te betalen. Hiertoe wordt achteraf vastgesteld hoeveel elektriciteit feitelijk is getransporteerd, in beginsel op basis van de meterstanden maar zonodig, in geval van onregelmatigheiden zoals hier, op basis van een schatting (art. 12 en 13 van de toepasselijke algemene voorwaarden van Liander).
LJN: BL3666, Rechtbank Rotterdam,13 januari 2010
Afgenomen elektriciteit. Liander stelt dat zij als gevolg van de illegale afname van elektriciteit genoodzaakt is om elektriciteit in te kopen om het netverlies te compenseren. Dit is door [gedaagde] niet, althans niet gemotiveerd, betwist, zodat dit vaststaat. Liander vordert van [gedaagde] een vergoeding voor deze ingekochte elektriciteit, welke vordering zij in het bijzonder baseert op haar algemene voorwaarden. Het beroep op die algemene voorwaarden slaagt echter niet, om de redenen als hiervoor uiteengezet. Dit laat echter onverlet dat de rechtbank van oordeel is dat [gedaagde] jegens Liander verplicht is de elektriciteitsmeter op legale wijze te (laten) gebruiken en te beschermen tegen manipulatie. Immers, de aard van de overeenkomst tussen partijen brengt met zich mee dat de afname van elektriciteit gemeten moet kunnen worden en dat het verhinderen van de mogelijkheid om het verbruik te meten, niet is toegestaan. Dat [gedaagde] dit niet heeft voorkomen, blijkt uit hetgeen hiervoor onder 2.5 is overwogen. Hij is daarom tekortgeschoten in de nakoming van deze zorgplicht. Deze tekortkoming kan [gedaagde] worden toegerekend, nu deze krachtens de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt. Dat [gedaagde] de woning verhuurde, doet daar niet aan af: als [gedaagde] niet langer aansprakelijk wilde zijn voor de elektriciteitsafname, dan had hij de huurder zelf voor elektriciteit moeten laten zorgen. Er is dus sprake van een toerekenbare tekortkoming en [gedaagde] is daarom schadeplichtig (artikel 6:74 BW). Het betreft hier een schadevergoedingsvordering en geen nakomingsvordering, zodat hierover geen BTW verschuldigd is. Ten aanzien van de hoogte van de gevorderde vergoeding geldt dat de rechtbank hierover nader voorgelicht wil worden (zie hierna onder 4.5).
Geplaatst op 14-08-2010, door mr. J.J. van 't Hoff, De Lange c.s. Advocaten
Laatst bewerkt op 14-08-2010, door mr. J.J. van 't Hoff, De Lange c.s. Advocaten