Nieuwe tekst plaatsen Nieuw document uploaden Deeplink naar document

Gevaarzettende instructie moet niet klakkeloos worden opgevolgd

Gevaarzettende instructie. Causaal verband tussen instructie en gevolgd ongeval. Eigen verantwoordelijkheid van de vrachtwagenchauffeur die niet klakkeloos de instructie hoeft op te volgen 

LJN: BM8010, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 1 juni 2010

(..)
.11. In de memorie van antwoord heeft [Y. BV] aangevoerd dat op grond van de overgelegde processtukken en getuigen- verklaringen bewezen is dat de oorzaak van het ongeval gelegen is in de gevaarzettende instructie van [X.]. [Y. BV] heeft daarnaast weliswaar - nader - bewijs aangeboden van haar stellingen, maar nu zij niet nader heeft geconcretiseerd om welke bewijs het zou gaan gaat het hof daaraan als onvoldoende onderbouwd voorbij.
Het hof zal aan de hand van de reeds in het geding gebrachte getuigenverklaringen en het op last van de rechtbank uitgebrachte deskundigenrapport beoordelen of het geven van de stortinstructie tot het ongeval heeft geleid zoals in rechtsoverweging 7.9. nader omschreven.

7.12. Bij de beoordeling van deze vraag stelt het hof het volgende voorop. Wanneer de door de beheerder van [X.] gegeven instructie tot de rand te rijden letterlijk wordt genomen en ook zo wordt uitgevoerd is deze evident gevaarzettend (zoals ook door de rechtbank is vastgesteld, en tegen welke vaststelling ook niet is gegriefd); die instructie is daarmee dan ook onrechtmatig. Daarmee is echter het causaal verband tussen het geven van die instructie en het ontstane ongeval naar het oordeel van het hof nog niet gegeven.
Naar het oordeel van het hof dient bij het beoordelen van de vraag of aan dit causaal verband is voldaan tot uitgangspunt te worden genomen dat het er niet zozeer om gaat om vast te stellen of bij een letterlijke interpretatie van (en een klakkeloos opvolgen van) de instructie het ongeval onontkoombaar zou zijn, maar veeleer om de vraag of het ongeval zou zijn gebeurd bij een uitvoering van de instructie zoals dat door een professionele, redelijk handelende en redelijk bekwaam en chauffeur zou moeten gebeuren.
Het hof is van oordeel dat, gelet op de omstandigheden van het geval zoals hiervoor geschetst, de gegeven instructie op laatstgenoemde wijze moet worden opgevat.

Het hof sluit zich wat dat betreft aan bij het antwoord van de deskundige op vraag B. Daarin overweegt de deskundige dat een redelijk handelend en redelijk bekwaam vrachtwagenchauffeur zich op een stortplaats zoals die van [X.] altijd op de hoogte moet stellen van de directe omgeving en ondergrond waarop het voertuig rijdt, en voorts "dat het aan een redelijk handelend en redelijk bekwaam vrachtwagenchauffeur is om te beslissen of inrijden of kiepen ter plaatse verantwoord is." Daarbij is ook van belang – zoals de deskundige eveneens heeft overwogen – dat de vrachtauto waarmee [Z.]reed speciaal is ingericht en bedoeld voor het rijden op onverhard terrein, en dat op een dergelijk terrein altijd gevaren schuilen van omvallen en wegzakken. Voorts heeft de deskundige overwogen – waarbij het hof zich eveneens aansluit – dat een redelijk handelend en redelijk bekwaam vrachtwagenchauffeur, ook als hij van de beheerder van de stortplaats de opdracht krijgt om te kiepen vanaf de rand, niet anders zal handelen dan zoals hiervoor omschreven.

7.13. Het hof neemt daarbij nog in aanmerking dat tussen de beheerder van het depot ([A.]) en de chauffeur van [Y. BV] ([Z.]) geen gezagsverhouding bestond. Gesteld noch gebleken is dat aan het niet opvolgen van instructies van [A.] voor de chauffeur consequenties waren verbonden. Weliswaar blijkt uit de verklaring van chauffeur [Z.]dat deze beheerder dreigde de toegang tot het depot te ontzeggen, maar hoewel uit de getuigenverklaringen blijkt dat niet altijd van de rand werd gestort maar in vele gevallen juist op het plateau is gesteld noch gebleken dat het niet letterlijk opvolgen ooit enige consequentie heeft gehad.
Ook blijkt uit de eigen verklaring van chauffeur [Z.]dat hij diezelfde dag – hoewel hij naar zijn zeggen steeds de instructie kreeg van de rand te storten - twee keer eerder had gestort en wel op het plateau, en niet vanaf de rand. Uit de foto's en de videoband blijkt dat aan de rand van het plateau op diverse plaatsen puin gestort was, zodat kennelijk een aantal chauffeurs, die blijkens het bewezen verklaarde eerste probandum dezelfde instructie moeten hebben ontvangen als chauffeur [Z.], het puin niet (helemaal) over de rand heeft gestort maar aan de rand van het plateau. Ook voor chauffeur [Z.]moet dit te zien zijn geweest.

7.14. Uit diverse getuigenverklaringen die in eerste aanleg zijn afgelegd door chauffeurs die stortten op het depot van [X.] blijkt ook dat die chauffeurs niet klakkeloos genoemde instructie opvolgden. Getuige [B.] heeft verklaard dat hij tientallen keren bij [X.] is geweest en dat hij ook wisselend heeft gekiept, van de rand of midden op, dat hing ervan af of [A.] in de buurt was. De getuige [C.] heeft verklaard dat je met je vrachtwagen probeerde "zo kort mogelijk" op de kant te kiepen maar dat je bij de eerste vracht uitstapte om de situatie te bekijken en als afkiepen niet kon dat je dat dan meldde, en dat dan boven op het plateau werd gekiept en dan duwde [A.] het puin van het plateau af. De getuige [D.] heeft verklaard dat je "zo dicht mogelijk" bij de rand moest storten maar dat de chauffeur zelf moet bepalen hoe dicht bij de rand dat kon.
De getuige [E.] - die een aantal maanden vijf dagen per week vijf tot zes keer per dag bij [X.] kwam storten - heeft verklaard dat hij "zoveel mogelijk" van de rand af moest storten.
In ieder geval uit de verklaringen van [C.], [D.] en [E.] blijkt dat er weliswaar een instructie was inzake het van de rand af storten, maar dat daarbij de chauffeur een eigen verantwoordelijkheid had. Er wordt immers gesproken over het zoveel mogelijk op de rand, of zo kort dan wel zo dicht mogelijk op de kant kiepen, terwijl de getuige [C.] verklaart dat je zelf uitstapte om de situatie te bekijken en de getuige [D.] dat je zelf moet bepalen hoe dicht bij de rand het kon. Uit deze verklaringen blijkt derhalve dat deze chauffeurs zelf bepaalden in hoeverre de instructie om over de rand te storten kon worden nageleefd, en dat daarmee kennelijk als een eigen verantwoordelijkheid zagen.
Ook uit de eigen verklaring van chauffeur [Z.]blijkt dat deze de instructie niet letterlijk heeft opgevat; hij heeft immers verklaard dat hij (niet letterlijk tot de rand maar) tot op één of anderhalve meter van de rand is gereden. Uit die verklaring blijkt in ieder geval dat hij evenals de andere chauffeurs de instructie niet letterlijk heeft opgevat.

7.15. Deze verklaringen worden bevestigd door de verklaring van de onafhankelijke deskundige. Het hof merkt daarbij op dat het de kritische opmerkingen van [Y. BV] ten aanzien van het rapport voldoende weerlegd acht door het commentaar daarop van de deskundige.
Deze deskundige verklaart, kort gezegd, naast hetgeen hiervoor al uit zijn rapport is aangehaald, ook nog dat er geen geschreven regels of normen bestaan waaraan vrachtwagenchauffeurs zich dienen te houden bij het storten van puin met een kiepwagen op een stortplaats als die van [X.], maar dat het een ongeschreven regel is dat de chauffeur te allen tijde de situatie en het terrein dient te beoordelen, alsook of veilig manoeuvreren en/of kiepen mogelijk is. Ook stelt hij dat een redelijk handelend en redelijk bekwaam vrachtwagenchauffeur zich op een stortplaats zoals die van [X.] altijd op de hoogte dient te stellen van de directe omgeving en ondergrond waarop het voertuig rijdt. Volgens de deskundige zou een redelijk handelend en redelijk bekwaam chauffeur het beschreven ongeval niet zijn overkomen omdat de chauffeur alvorens hij naar boven rijdt eerst de situatie zal opnemen bij het talud. Volgens de deskundige is een dergelijke chauffeur tijdens het manoeuvreren zelf volledig verantwoordelijk voor het beoordelen van de directe omgeving, zichzelf en het gebruikte voertuig.
De deskundige komt op grond hiervan, en op grond van de overweging dat altijd door de chauffeur zelf zal moeten worden beoordeeld hoe ver er achteruit gereden kan worden (zie vraag C), tot de conclusie dat in dit geval de chauffeur te ver is doorgereden.

7.16. Het hof onderschrijft, anders dan de rechtbank, dit oordeel van de deskundige.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen acht het hof dan ook niet bewezen dat er sprake is van een dusdanig verband tussen het over de rand vallen van de vrachtwagen en het geven van de instructie over de rand te storten dat deze laatste als oorzaak van het ongeval kan worden toegerekend aan [X.]. Het ongeval is ontstaan doordat de chauffeur [Z.]te ver achteruit is gereden, en dat is niet toe te rekenen aan de instructie van de beheerder van [X.] doch enkel en alleen aan zijn eigen handelen. De aan het slot van rechtsoverweging 7.11 gestelde vraag moet dan ook ontkennend worden beantwoord.
Dit leidt ertoe dat [Y.]er niet in is geslaagd te bewijzen dat sprake was van causaal verband tussen de instructie van de beheerder van [X.] en het ongeval.

7.17. Gelet hierop moet de vordering van [Y. BV] reeds hierom worden afgewezen. De overige grieven hoeven dan ook niet behandeld te worden.
Het hof zal de vonnissen van de rechtbank vernietigen en de vordering van [Y. BV] alsnog afwijzen. De vordering tot de terugbetaling van hetgeen ter uitvoering van de rechtbankvonnissen door [X.] aan [Y.]is betaald wordt toegewezen.
Als in het ongelijk gestelde partij zal [Y.]in de kosten van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep worden veroordeeld.
5. De uitspraak

Het hof:

vernietigt de vonnissen van 5 maart 2004, 28 september 2005 en 15 augustus 2007 van de rechtbank 's-Hertogenbosch;

en opnieuw rechtdoende:

wijst de vordering van [Y. BV] af;

veroordeelt [Y. BV] tot terugbetaling aan [X.] van al hetgeen [X.] op grond van genoemde vonnissen aan [Y. BV] heeft betaald, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag der betaling door [X.] tot de dag der terugbetaling door [Y. BV];

veroordeelt [Y. BV] in de kosten van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep, in eerste aanleg begroot op € 815,-- aan verschotten en € 6.258,-- aan salaris advocaat,
vermeerderd met de door [X.] (die een voorschot heeft betaald van € 2.798,88) uiteindelijk betaalde kosten van de deskundige [F.]
en in hoger beroep begroot op € 1.285,-- voor verschotten en € 3.262,-- aan salaris advocaat,
alles vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na het wijzen van het arrest;

Geplaatst op 21-09-2010, door mr. J.J. van 't Hoff, De Lange c.s. Advocaten

Snelle links

Deze website

  • Toevoegen aan favorieten

Advocatenstart