Het doel van de vraagstelling causaal verband bij ongeval is uiteraard om de niet-medici die zich bezighouden met de afwikkeling van letselschade, inzicht te geven in de medische uitgangspunten die van belang zijn bij het bepalen van de omvang van de schade die de benadeelde heeft geleden (en in de toekomst mogelijk zal lijden) als gevolg van een ongeval. Zoals bekend wordt deze schade in het civiele aansprakelijkheidsrecht vastgesteld aan de hand van een vergelijking tussen de gezondheidstoestand van de benadeelde zoals die na het ongeval is ontstaan en zich waarschijnlijk in de toekomst zal voortzetten (de situatie met ongeval), en de hypothetische situatie waarin de benadeelde zich zou hebben bevonden als het ongeval nooit had plaatsgevonden (de situatie zonder ongeval).8 Deze systematiek vormt de grondslag van de IWMD-vraagstelling. Onderdeel 1 heeft betrekking op de gezondheidstoestand en het functioneren van de benadeelde in de situatie met ongeval. In onderdeel 2 wordt aan de deskundige gevraagd zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven hoe de gezondheidstoestand en het functioneren van de benadeelde in de hypothetische situatie zonder ongeval zouden zijn geweest. De gezondheidssituatie van de benadeelde voorafgaand aan het ongeval is relevant voor de beoordeling van beide situaties. Ook aan eerdere versies van de IWMD-vraagstelling lag deze systematiek ten grondslag, maar ondanks de toelichting bleek deze systematiek – vooral voor niet-juristen – niet altijd voldoende duidelijk. Het kwam voor dat deskundigen bij de beantwoording van de vragen 1g (functieverlies met ongeval) en 1h (beperkingen met ongeval) slechts die mate van functieverlies en die beperkingen aangaven, die naar hun oordeel moesten worden aangemerkt als een gevolg van het ongeval. De bedoeling was echter dat zij hier het volledige functieverlies en alle beperkingen zouden noteren die in de situatie met ongeval bij de betrokkene aanwezig waren, ongeacht de aanwezigheid van een causaal verband met het ongeval. Vervolgens zou dan uit de vergelijking met het antwoord op vraag 2c (functieverlies en beperkingen zonder ongeval) kunnen worden afgeleid in hoeverre de onder vraag 1g genoemde mate van functieverlies en de onder vraag 1h genoemde beperkingen aan het ongeval moesten worden toegeschreven. Om dit soort misverstanden te voorkomen is in de nieuwe versie van de vraagstelling voorafgaand aan de vragen een algemene toelichting opgenomen, waarin de systematiek daarvan wordt uitgelegd. Ook wordt benadrukt dat het de bedoeling is dat de deskundige niet alleen de vragen, maar ook de volledige toelichting te zien krijgt – iets wat tot dusver in de praktijk regelmatig mis blijkt te gaan en tot veel misverstanden blijkt te kunnen leiden. Daarnaast is de titel van onderdeel 1 gewijzigd. In de oude versie stond hier: ‘De situatie voor en na ongeval’. Omdat de situatie voor ongeval niet alleen bij onderdeel 1, maar ook bij onderdeel 2 van belang is, is dit gewijzigd in: ‘De situatie met ongeval’.
Geplaatst op 22-08-2010, door mr. J.J. van 't Hoff, De Lange c.s. Advocaten