Nieuwe tekst plaatsen Nieuw document uploaden Deeplink naar document

Aansprakelijkheid verkeerde berekening c.q. verkeerde tekeningen

Aansprakelijkheid tekenaar en Staat (scheepvaartinspectie)
LJN: BN1406, Rechtbank Breda, 23 juni 2010
Vordering in vrijwaring. Aansprakelijkheid. Beroepsfout. Relativiteit. Een gloednieuw bunkerschip knikt en plooit tijdens de eerste vaart. In de hoofdzaak is de aannemer die de boot heeft laten bouwen aangesproken door de eigenaar. In onderhavige vrijwaringszaak spreekt de aannemer onder meer de tekenaar en de Staat (Scheepvaartinspectie) aan. Bij de beoordeling van de aansprakelijkheid van de tekenaar zal de rechtbank het rapport uit juli 2006 van de Onderzoeksraad voor Veiligheid als uitgangspunt nemen. De Onderzoeksraad voor Veiligheid is namelijk onafhankelijk en naast haar eigen onderzoeksgegevens beschikte zij tevens over de onderzoeksgegevens van andere instanties, zoals TNO, de KLPD en van de Scheepvaartinspectie, zodat haar rapport de rechtbank het meest compleet voorkomt. Bovendien betwisten partijen de onderzoeksresultaten van de Onderzoeksraad voor Veiligheid op zichzelf niet. Volgens de Onderzoeksraad hebben de ontwerpers en de Scheepvaartinspectie gebruik gemaakt van ontwerphulpmiddelen zoals benaderingsformules, waarmee bepaald kan worden welke sterkte een schip moet hebben bij een bepaald ontwerp en waardoor specifieke sterkteberekeningen niet uitgevoerd hoeven te worden. Deze hulpmiddelen zijn toegepast omdat dit gebruikelijk is, zonder kritisch te beoordelen of dit in het onderhavige geval mogelijk is.Tussen partijen staat thans vast dat de gehanteerde hulpmiddelen niet voor het onderhavige ontwerp gebruikt hadden mogen worden, terwijl de tekenaar dit feitelijk wel heeft gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de tekenaar aldus een beroepsfout gemaakt, met het bekende ernstige gevolg. Dat de tekenaar de opdracht had gekregen het casco zo licht mogelijk te houden, dat de toepassing van de GL-Rules gebruikelijk is, dat het hanteren van ontwerphulpmiddelen gebruikelijk is en dat de Scheepvaartinspectie de tekenaar ten onrechte niet voor deze fout heeft behoed, neemt noch op zichzelf noch bezien in samenhang de aansprakelijkheid van de tekenaar voor zijn beroepsfout weg. De Staat erkent dat de Scheepvaartinspectie de ontwerpfout in de tekeningen en berekeningen van de tekenaar niet heeft onderkend en te weinig kritisch is geweest bij de keuring van diens tekeningen. Zij stelt echter daarmee nog niet aansprakelijk te zijn voor de door de aannemer geleden schade. De Onderzoeksraad voor Veiligheid bevestigt het standpunt van de Staat dat de toezichthoudende taak van de Scheepvaartinspectie gezien moet worden in het licht van de bevordering van de veiligheid van de scheepvaart op de Nederlandse binnenwateren. Met andere woorden: de taken van de Scheepvaartinspectie zijn gericht op bescherming van het algemeen belang bij veiligheid op de Nederlandse binnenwateren, niet op bescherming van individuele belangen van de partij die tekeningen en berekeningen ter keuring aan de Scheepvaartinspectie voorlegt. Dat betekent dat het individuele, vermogensrechtelijke belang van de eigenaar van het nog te bouwen casco al helemaal niet wordt beschermd door de zorgvuldigheidsnorm die de Scheepvaartinspectie bij zijn keuringen in acht moet nemen.

Geplaatst op 14-01-2011, door mr. J.J. van 't Hoff, De Lange c.s. Advocaten

Snelle links

Deze website

  • Toevoegen aan favorieten

Advocatenstart