LJN: AP1597,Sector kanton Rechtbank Leeuwarden, 11 juni 2004
2. [eiser] vordert van [gedaagde] een schadevergoeding ten bedrage van € 450,-- omdat zijn minderjarige dochter [x] (destijds 5 jaar) tijdens een verblijf in augustus 2003 in de woning van [eiser] in diens bed heeft geplast, waardoor schade aan het matras is ontstaan, zulks ondanks het feit dat [gedaagde] vooraf uitdrukkelijk was geďnstrueerd tot het treffen van voorzorgsmaatregelen, zoals het aandoen van een luier of het aanbrengen van plastic op het matras. Volgens [eiser] bedraagt zijn schade genoemd bedrag, omdat het stomen van het matras niet mogelijk bleek, zodat hij genoodzaakt is een nieuw matras aan te schaffen. Een vergelijkbaar matras kost circa € 450,--. Het bedplassen kan subsidiair aan [gedaagde] worden toegerekend, nu hij als ouder aansprakelijk is voor de schade die zijn minderjarige dochter heeft aangericht.
3. [gedaagde] heeft de vordering betwist, daartoe stellende dat hij zijn verzekeringmaatschappij van het incident op de hoogte heeft gesteld, maar dat deze maatschappij van oordeel was dat er geen sprake was van verwijtbaar handelen, zodat hij zich niet aansprakelijk acht voor de schade van [eiser]. Uit coulance is [gedaagde] bereid een bedrag van € 100,-- te vergoeden voor de geleden schade.
4. De kantonrechter zal het verweer van [gedaagde] passeren. Het oordeel van diens verzekeraar betreffende de verwijtbaarheid laat de kantonrechter voor rekening van die verzekeraar. In het onderhavige geval heeft [gedaagde] niet betwist dat hij ondanks de uitdrukkelijke waarschuwing van [eiser] geen voorzorgsmaatregelen heeft genomen om schade aan het matras van [eiser] te voorkomen. Daarmee staat vast dat [gedaagde] jegens [eiser] onzorgvuldig heeft gehandeld, zodat de daaruit vloeiende schade voor zijn rekening behoort te komen. Daaraan doet niet af dat zijn dochter [x] normaalgesproken al zindelijk was. Bij kinderen van de leeftijd van [x] kan immers niet worden uitgesloten dat deze onverhoopt in bed plassen, zeker wanneer zij in een vreemd bed slapen.
5. Met betrekking tot de hoogte van de door [eiser] gevorderde schade is niet duidelijk wat de ouderdom is van het betreffende matras. Op dat punt heeft [eiser] niet aan zijn stelplicht voldaan. Het gaat immers niet aan om de nieuwwaarde van een vergelijkbaar matras te vorderen, indien het matras al geruime tijd oud is. Er dient immers rekening te worden gehouden met een zogenaamde aftrek van "nieuw voor oud”. Blijkens de door [eiser] overgelegde productie III is hetzelfde matras niet meer gangbaar, zulks getuige de opmerking "cylindrisch is thans vervangen door pocketsysteem”. De kantonrechter leidt daaruit af dat het beschadigde matras van [eiser] reeds geruime tijd oud is. Rekening houdende met die omstandigheid zal de kantonrechter de schade van [eiser] naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid begroten op een bedrag van € 200,--. Dit bedrag zal door [gedaagde] aan [eiser] vergoed moeten worden.
6. Nu [eiser] terecht een vordering heeft ingesteld tegen [gedaagde], zal laatstgenoemde als (deels) in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld als na te melden.
BESLISSING
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 200,-- (zegge: tweehonderd euro);
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [eiser] begroot op € 173,77 wegens verschotten;
Geplaatst op 22-02-2011, door mr. J.J. van 't Hoff, De Lange c.s. Advocaten