Voor ouders van kinderen tot en met 13 jaar geldt een risico-aansprakelijkheid. Voor het kind zelf geldt dat het niet aansprakelijk is te houden voor de schade die het kind heeft toegebracht aan derden (artikel 6:164 BW). De aansprakelijkheid is wel beperkt tot schade die is veroorzaakt door een als een doen te beschouwen gedraging. Een zuiver nalaten valt hier dus niet onder. Wel valt iedere actieve betrokkenheid onder de formulering (MvA II, Parl Gesch. InvW 6, p. 1351.
Vaak kunnen de ouders de geleden schade wel verhalen op hun WA-verzekeraar.
Bij schade veroorzaakt door kinderen van 14 en 15 jaar geldt disculpatiemogelijkheid voor de ouders; De ouders zijn voor de daden van deze kinderen niet risico-aansprakelijk, maar schuld-aansprakelijk. Wél is de bewijslast omgekeerd in die zin dat het aan de ouders is om aannemelijk te maken dat hen geen verwijt treft ter zake van de door hun kind gemaakte fout.
Anders dan bij kinderen tot en met 13 jaar, geldt voor kinderen van 14 en 15 jaar het foutbegrip; vereist is slechts een door het kind gemaakte fout. De aansprakelijkheid is dus verruimt. Nalaten, bijvoorbeeld het niet tijdig waarschuwen voor gevaar, kan nu wel tot aansprakelijkheid leiden.
Bepalend is of de gedraging van het kind een onrechtmatige daad zou opleveren en aan hem zou kunnen worden toegerekend indien zijn leeftijd daaraan niet in de weg zou staan.
Het kind is zelf overigens ook (deels) aansprakelijk voor de gemaakte fout. De aansprakelijkheid is immers slechts uitgesloten tot 14 jaar (6:164 BW). Het matigingsrecht van 6:109 BW zal doorgaans echter, wanneer het kind zelf met uitsluiting van de ouders aansprakelijk is, aan een toekenning van (volledige) schadevergoeding in de weg staan.
Bij kinderen vanaf 16 jaar staat de eigen aansprakelijkheid van het kind voorop, terwijl de ouders alleen nog uit onrechtmatige daad kunnen worden aangesproken indien hun een eigen, onrechtmatig handelen of nalaten kan worden verweten. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de ouders weten dat het kind zonder verplichte WA-verzekering op een brommer rondrijdt en schade veroorzaakt.
Ouders of voogd
Volgens artikel 6:169 BW is aansprakelijk degene die het ouderlijk gezag uitoefent over het kind. Vaak zijn dat tevens de biologische ouders, maar dat is niet altijd het geval. Omdat ex artikel 1:251 lid 2 BW ook na echtscheiding de beide ouders van rechtswege het gezamenlijk ouderlijk gezag genieten, blijft men beiden aansprakelijk, ook al woont het kind bij de ander.
Er geldt geen inwoningsvereiste. Dus ook wanneer de minderjarige onder toezicht staat van een ander, zoals in het geval van een kostschool of een logeerpartij, blijven de gezagdragende ouders aansprakelijk. Eventueel bestaat er nog een regresmogelijkheid.
Indien de minderjarige onder voogdij staat, is de voogd (tevens) aansprakelijk.
Groepsaansprakelijkheid bij kinderen
Wanneer het kind deel uitmaakte van een groep, is bepalend voor de vraag of de ouders aansprakelijk zijn, of het kind is staat was om zich zelfstandig uit de groep te verwijderen. Dat volgt uit de gebruikmaking van het element "behoren” in artikel 6:166 BW.
Derde
De ouders zijn aansprakelijk voor de schade die het kind heeft toegebracht aan een derde. Met derde wordt hier ieder ander buiten het kind en de aansprakelijke ouders/voogd bedoeld. De derde kan dus ook een familielid zijn (HR 27 februari 1998, NJ 1998, 417).
Waarom ouders aansprakelijk stellen?
De reden waarom een benadeelde bij voorkeur de ouders aansprakelijk stelt, boven of naast het minderjarige kind, zit in de verhaalbaarheid. Ouders bieden vaak eerder verhaal dan een minderjarig kind. Wanneer, bijvoorbeeld bij kinderen tot 18 jaar, alleen het kind aansprakelijk kan worden gesteld, zou geprobeerd kunnen worden om draagplicht voor de ouders te baseren op de artt. 1:247, 1:248 en 1:337 BW. Uiteraard kan ook met de executie van het vonnis worden gewacht tot het kind ouder is en wel verhaal biedt.
Geplaatst op 07-01-2010, door mr. J.J. van 't Hoff, De Lange c.s. Advocaten